Gouden Club 13

 

 


In de naaikamer van Leida Brinkman is het ontstaan. Een groep van 13 jongens uit Hengevelde en omstreken vormde in de jaren zestig van de twintigste eeuw de Raad van Elf bij het jaarlijkse Carnaval. Dat was ook destijds een prettig feest, want de heren konden stuk voor stuk aardig uit de voeten met of zonder glas bier in de hand of andere versnaperingen. Ze gingen zelfs op tournee tot in plaatsen als Nieuw-Heeten aan toe. Toen een nieuwe Raad van Elf hun taken over had genomen, was de onderlinge band zo hecht geworden dat de club van 13 bleef bestaan. Het klikte tussen de boys. Zo maar uit elkaar vallen, dat kon niet de bedoeling zijn. Ieder ging uiteraard zijns weegs, maar om de connectie in stand te houden besloten ze één keer per jaar een gezamenlijk feest te houden; op de laatste zaterdag van augustus met hun inmiddels verworven dames erbij.

Dat gebeurde in de beginjaren op boerderijen of in oude boerenschuren. Dat waren best heftige feesten, waarbij sommige leden niet op een glas bier meer of minder keken. Later werd het rustiger en rustiger. Veel gesprekken gingen over de kinderen en nog weer later over de kleinkinderen. Afgezien van het feit dat sommige dertieners elkaar ook privé regelmatig spraken, was het van meet af aan verplicht, zo stond in het korte reglement van de club, dat men elkaar zou uitnodigen bij bruiloften en ook daarna als een echtpaar de koperen of zilveren status zou hebben bereikt.


In de vorige eeuw had je eveneens verlovingsfeesten en ook op dat soort evenementen nodigden sommige clubleden elkaar uit. Toon Brinkman, die met zijn 71 jaar het oudste lid is en in wiens ouderhuis de club dus ontstond, vertelt dat de andere twaalf leden ook present waren bij het verlovingsfeest van hemzelf en zijn door hem zo teer beminde partner Jo. ‘Dat gebeurde in de tuin van het ouderhuis van Jo, bij Bomhof in Wiene. Op enig moment liepen alle leden van Club 13 daar rond met een big op de arm. Die hadden ze uit de varkensstal van Jo’s vader gehaald. ‘Uit gekkigheid’, vertelt Toon, maar dat begreep ik natuurlijk wel. Ikzelf ben nooit verloofd geweest, maar mijn zussen wel. Die hebben zich destijds ook verloofd. Op zulke feestjes kwamen wel eens ludieke voorvallen voor die meestal spontaan ontstonden.

Even tussendoor voor de jongere lezers: Het gaat hier om een verschijnsel uit de vorige eeuw waarbij een paar de verkeringstijd opfleurde met een speciale feestdag, waarop men elkaar alvast een behoorlijke dosis trouw beloofde en meestal ook een ring gaf. Zo van: er zal toch heel iets geks moeten gebeuren voor wij tweeën nog weer uit elkaar gaan. Sterker: wij tweeën gaan met een zekerheid van 99,9999 procent door met elkaar. Wij tweeën kunnen gerust de datum voor de brulftevaststellen. Dat was volgens mij de betekenis van verloven. Toon en zijn Jo bezegelden deze onderlinge afspraak dus in de tuin van Bomhof. Officiële ceremonies waren bij zo’n verlovingsfeest niet aan de orde. De leden van Club 13 konden dus de happening bij Bomhof zonder bezwaar opluisteren met een big op de arm. Ludiek, grappig en wellicht ook erg leuk voor de bewuste biggen. 

CaféDe Gebrande Waateren van de familie Varenbrink was en is hun uitvalsbasis. Als jaarlijkse contributie betaalden de 13 leden ƒ 113,13 per jaar. De laatste jaren is dat € 240. ‘Dat is genoeg’, zegt Toon. ‘Bovendien gooit onze penningmeester het geld niet over de balk’, deelt de nestor van de club een pluim uit aan medelid en tevens buurman Harrie Lentelink. Harrie is trouwens de man die in dubbel opzicht jubileert. Hij bekleedt de functie van minister van financiën vanaf het begin. Het komt zelden voor dat een penningmeester 50 jaar in functie blijft.
Toon vertelt opgetogen over de harmonie binnen Club 13, dat zelfs in bezit is van een eigen vlag en een clublied. ‘We voetbalden ooit eens tegen een zogenaamde Grolsch Bier ploeg van het café van Sjors de Witte. Mijn broer Frans speelde daarin en ik herinner me ook dat Zwolsman erbij was. We reden met een paard en wagen van de Pelle naar het voetbalveld aan de Diepenheimsestraat en hadden onze eigen zwartwit gestreepte shirts.’
Voor de jongere lezers: Zwolsman was de bijnaam van Antoon Schonenborg, een bekende Hengeveldenaar die overigens alweer vele jaren geleden overleden is.

De laatste zaterdag van augustus 2012 is dus een mijlpaal voor Club 13. Toon roemt de club. Hij is er trots op. ‘We steunen elkaar in alles, zijn lief en aardig voor ieder medelid en respecteren iedereen. Anders hou je dat geen vijftig jaar vol. Partnerruil? Haha. Nee. Dat is nooit gebeurd’, zegt Toon.
Het zal een mooi feest worden, dat gouden feest van Club 13. Daar komt nog bij dat een van hen pas geleden plotseling miljonair werd, omdat hij in Zenderen woont. De geluksvogel zal de gouden party ongetwijfeld met een paar kratjes bier en een fust hoog gekwalificeerde wijn van een extra glans voorzien. Ik wens de heren en hun dames een gezellige vijftigste verjaardag toe. Ik ken ze bijna allemaal persoonlijk en weet zeker dat de laatste zaterdag van augustus 2012 voor hen in vele opzichten een onvergetelijke dag zal zijn.

NB Op de foto staan de leden van de Club met hun echtgenotes rond de bekende waterput van hun stamcafé De Gebrande Waateren in Hengevelde. Onder vlnr: Harry Lentelink, Henk Vehof, Willem ten Dam en Harrie ten Dam. Midden: Hennie Tuinte, Marinus Bauhuis, Harrie Spekreijse, Theo Tuinte. Boven: Tonnie Pelle, Toon Brinkman, Jan Overbeek en Herman Westerbeek. Verspreid ertussendoor staan hun eega’s.
Henk Vehof, Tonny Pelle en zijn vrouw Mariet zijn overleden. Aanvankelijk was ook Tonnie ter Doest lid van Club 13, maar hij heeft zich een tijd geleden teruggetrokken.