Karel en Hennie

Als ik op vakantie ben, zie ik altijd overal dubbelgangers. Dan zie ik op een plein een dame lopen en denk: ‘Verrek, dat lijkt onze vroegere buurvrouw Ellen wel”. Dat soort dingen.
Paar jaar geleden op het strand in Noordwijk. Ik wijs mijn reisgenoot op een dame onder een witte parasol, gehuld in een fraaie zwarte bikini.
“Kijk, daarginds zit Astrid Joosten.”
Hij zegt: ‘Inderdaad” en loopt wat in haar richting. Als hij terug is, zegt hij glimlachend : “Ze is het echt. Ze leest de Linda.”
Maar ik had het al gezien. Het was een lookalike van mevrouw Joosten. 

Jaren geleden waren we in de Franse Provence op een camping. Op een morgen reed ik even naar de plaatselijke bakker voor een paar baguettes. Een metertje voor mij stond een meneer en ik dacht: “Hé, daar staat waarachtig mijn collega Hans van den Berghe. Wat een toeval. Hoe is het mogelijk?”
Ik wist inderdaad dat Hans ook naar Frankrijk was vertrokken. Daar zou je hem hebben.
Ik tikte hem op de schouders, hij draaide zich om en ik keek in het verbaasde gezicht van een volstrekt onbekende Fransman die van achteren verdomd veel op Hans leek. Van voren dus echter totaal niet. Hij had om te beginnen niet eens een baard. Zijn zwarte wenkbrauwen leken op afdakjes, die van Hans zie je bijna niet. Het was dus alleen van achteren een dubbelganger.

Zo kan ik doorgaan. Is dit verschijnsel psychologisch te verklaren? Ik weet het niet. Ik ga altijd graag op vakantie. Andere landen, andere culturen. Ik kan er niet genoeg van krijgen. Dat ik dan af en toe van die zogenaamde dubbelgangers zie, is wellicht toch een soort innerlijke hang naar huis, een restant van een stil verlangen naar eigen omgeving. Een andere verklaring zou ik zo gauw niet weten.

Een paar weken geleden op Sicilië had ik het weer. Maar deze keer was het anders dan normaal. IK (mijn vrouw) en ik gingen in de namiddag af en toe naar het bergdorpje Alia, in de buurt waarvan we ons tijdelijk gevestigd hadden. In het centrum had je een kroegje met de naam Bar Centrale. Daar gingen we dan op het mini-terrasje zitten en dronken er een paar glazen bier. Heerlijk helder bier. Prachtige versnapering op een snikhete namiddag. Op zo'n middag zag ik twee oude mannen tegenover mij zitten van een jaar of 78, 80, 82, zoiets. Meteen zag ik weer van die bekende trekjes. Ik zeg tegen IK: “Die twee mannen daar zijn net Karel Varenbrink en zijn neef Hennie, maar dan in het jaar 2026.” Mijn vrouw haalde haar schouders op. Ze had me wel eens horen vertellen over Karel.
“Maar die Karel is toch al lang dood?” reageerde ze.
Ik zei: “Ja, maar als hij nog had geleefd en we schuiven de tijd een jaar of vijftien op, dan zijn deze twee mannen toch precies Karel en Hennie?”
Ze perste haar lippen samen, schudde haar hoofd en bracht langzaam de rechterwijsvinger naar haar voorhoofd.
Tja. Ik moest inderdaad een beetje beschamend toegeven dat mijn aanwensel om overal dubbelgangers te bemerken lichtelijk op hol was geslagen. Toch heb ik stiekem een paar foto's van beide mannen gemaakt. Zeg nou zelf….