woensdag 24 oktober 2018
Inloggen

Login to your account

Username *
Password *
Remember Me

Grote Wegdamse gezinnen. Aflevering 2, de familie Blokhorst (Markvelde)

  • zaterdag, 10 maart 2018 12:47
  • Geschreven door 

In de tweede aflevering van deze serie staat de familie Blokhorst uit Markvelde centraal. Vader Johan en moeder Leida brachten  liefst vijftien kinderen op de wereld. Dat gebeurde tussen 1941 en 1960. Omdat ze vanaf 1954 vlak bij mijn ouderhuis woonden, ken ik de familie goed. We kwamen er graag en waren vooral zeer gesteld op Leida, de haast altijd blijmoedige spil van het gezin. Maar zij, haar man en kinderen hebben ook verdrietige periodes gekend. Vijf van de vijftien kinderen hebben niet lang geleefd.
De grote gezinnen van vroeger kenden veel goede, maar soms ook verdrietige tijden, zoals de familie Blokhorst in deel 2 van deze serie.
(foto tgv 25-jarig huwelijk met onder vlnr Johan, Agnes, René, Rikie, Fons, Josefien, Wilfried en Leida; boven Annie, Bennie, Arnold, Frans en Henk)   

fam blokhorst 2018 1
Het achttal in de huiskamer van Agnes. Onder vlnr Annie, Agnes en Rikie. Boven Henk, Fons, René, Frans en Arnold. 

Bij Leida was iedereen welkom

 

Agnes is de gastvrouw van de bijeenkomst. Ze zijn alle acht present. De andere zeven broers en zussen zijn uit de tijd. Maar het zal daar aan de Ruurstraat in Hengevelde een gezellig gesprek worden, daar ken ik mijn voormalige buren voor. Fotoalbums op tafel, verhalen over en weer, zo nemen we een duik in het verleden. Het eerste gespreksonderwerp is hun Hengeveldse periode. De jongsten houden even hun mond, want zij zijn in Markvelde geboren. Annie (76) en Rikie (75) hebben de meeste herinneringen bij de start van het gezin in Hengevelde.

grefterije

Ze woonden toen in de boerderij met de naam ‘Grefterije’, die door Johan en Leida in 1940 gehuurd was van de familie Ten Heggeler van erve De Bolscher. Eerder hadden een oom van Henk Grefte en de familie Roewen er gewoond. En een paar honderd meter verder kon je destijds nog enkele restanten te zien van de woning waar een kleine tweehonderd jaar eerder de beruchte Twentse crimineel Huttnkloas woonde.

DRUK
Annie weet nog goed dat haar vader bij de Bolscher werkte, zodat hun eigen boerderij (foto links) door moeder Leida gerund werd. ‘Wel had ze dag en nacht hulp tot ik veertien jaar was’, vertelt ze. We hadden een kleine boerderij; drie, vier koeien, een paar honderd kippen, enkele varkens.' 
‘We hadden het leuk daar, maar we waren altijd druk’, vertelt Rikie. Zij en Annie moesten meehelpen. Leida had ook haar handen vol aan de kleine kinderen. Jaar op jaar kwam er een bij. In totaal is ze van de twintig jaar waarin ze de kinderen kreeg, ruim elf jaar zwanger geweest. Daar op het boerenerf in Hengevelde zijn achtereenvolgens Annie, Rikie, Johan, Bennie, Truus, Henk, Frans, Arnold, nog een dochtertje met de naam Truus, Josefien en Agnes geboren. Het eerst dochtertje dat Truus genoemd werd, is geboren op 28-4-1946 en overleed vier maanden later. Ze was te vroeg geboren en was te zwak om het leven aan te kunnen, zo weten Annie en Rikie nog.
bidprentje truusjeOp 26 april 1952 kregen Leida en Johan weer een dochtertje en noemden haar andermaal Truus. Ook deze baby was te vroeg geboren en kreeg ook nog een longontsteking. Ze heeft iets meer dan twee maanden geleefd.

In 1954 moesten Johan en Leida op zoek naar een andere woonplek. Gerhard ten Heggeler (Bolschers Gerhard) wilde er gaan wonen. Hun oog viel op Erve Klein Ensink in Markvelde. Daar woonde de familie Gierkink, maar die had een boerderij in Hengevelde betrokken. Dat kwam mooi uit. Het gezin Blokhorst streek er neer. Ze huurden de boerderij van buurman Hegeman.
Het was op de tiende november dat Annie en Rikie ’s morgens vanuit Hengevelde naar de huishoudschool in Bentelo vertrokken en ’s avonds vier kilometer extra moesten fietsen om hun leven in Markvelde te vervolgen. ‘Zo ging dat gewoon. Het leven ging automatisch zo door. We waren erop voorbereid’, vertellen ze. Overdag hielpen oude en nieuwe buren mee met verhuizen van meubels, vee en andere spullen. Agnes was tweeënhalve maand. Ze herinnert zich uit verhalen, dat Kaank Sientje, een van de nieuwe buurvrouwen, haar had meegenomen van Hengevelde naar Markvelde. ‘Daar hebben ze mij een tijdlang in een kruiwagen neergelegd tot de wieg ook in Markvelde gearriveerd was.’
Was het een teleurstelling, die verhuizing? ‘Neuh’, zegt Rikie. Er waren daar in de buurt weinig meisjes van mijn leeftijd.’
Haar broer Henk die toen ruim 7 jaar was, vond het wel jammer. Hij speelde veel met de jongens van Wolbers, Seiger, Tibbe, Hartgerink. ‘De jongens van Wolbers zijn daarna nog wel eens bij ons geweest in Markvelde, Johan, Henkie en Harrie. Dan gingen we ratten vangen in de schuur. Dat vonden ze mooi.’
De Markveldse boerderij was groter dan de Hengeveldse. ‘Maar’, voegt Annie eraan toe, ‘mama heeft verschillende keren gehuild, omdat het zo oud en vervallen was. Er moesten extra slaapkamers gemaakt worden, waarvoor onder meer twee varkenshokken benut werden en ook boven werden slaapkamers gemaakt. Daar sliepen de meisjes.’
Frans herinnert zich stellig dat zijn vader hem wel eens verteld had, dat hij graag in de nieuwe polder had willen beginnen. Maar zijn zussen en broers kijken verbaasd op van deze opmerking. Hoe dan ook, de toekomst van de Blokhorsten lag in Markvelde. Het achttal kenmerkt de tijd dat ze daar woonden en opgroeiden als een mooie tijd. Ze hadden er veel werk te doen. Vijftien koeien, een paar honderd varkens, kippen. Vader Johan stond elke morgen om half zes op om het werk te doen, voor hij naar Diepenheim fietste, alwaar hij bij de gemeente werkte.

MARKVELDE
Terugdenkend aan hun jonge jaren in Markvelde zijn de acht Blokhorsten unaniem positief.
Fons: ‘We hadden er een mooi leven en zijn niks tekort gekomen.’
arnoldArnold: ‘Op vier jaar kostschool na, heb ik er altijd gewoond en ik woon er nog steeds. Ik heb er altijd een goed leven kunnen leiden.’ Hij vertelt dat er iemand van de Orde van de Salesianen bij hen in Markvelde langs gekomen was om te praten. Of hij broeder wilde worden bij hen. ‘Ik wilde het wel proberen en kwam in ’s-Heerenberg terecht. Ik ging er eerst naar de Ulo, maar kreeg de vreemde talen niet goed onder de knie. Toen ben ik er timmerman geworden. Na vier jaar ben ik weer thuis gekomen.
‘Hij keek daar een beetje teveel naar de meisjes’, weet Rikie nog. Ze weet ook nog haar moeder daarop reageerde met de opmerking: “Oh. Dat is gezond.”
Arnold bleef voortaan in Markvelde en vond er ook een baan als timmerman bij de firma Kiezenbrink. ‘Ik ben laat getrouwd en heb er nooit spijt van gehad dat ik op het ouderhuis ben gebleven.’
Arnold (van 12-12-1950) en zijn Diepenheimse vrouw Richarda Floor hebben twee kinderen.

fonsFons was vroeger de ondeugendste van het stel. Hij zat vol met streken en haalde graag kattenkwaad uit. ‘Dan kreeg ik met de pet om de oren of een schop met maat 43 in het gat’, lacht hij. Hij denkt op deze koude winterdag terug aan de dagelijkse gang naar het land om knollen te trekken voor het vee. ‘Wat had je dan soms koude handen. Nee, we moésten het niet per se doen. Dat ging eigenlijk automatisch. Het werd gezegd en je deed het. Iedereen hielp altijd mee’, aldus Fons (van 16-12-1956). Hij is ook timmerman, woont alweer vele jaren in Diepenheim en is getrouwd met Antoinette Dikkers. Ze hebben twee dochters en één kleinkind. Fons: ‘Ik weet nog wel dat mijn ouders niet blij waren met mijn verkering met een protestants meisje. Maar later vonden ze het prima.’

agnes

Agnes (van 28-8-1954) ging naar de huishoudschool in Neede, maar moest daar na tweeënhalf jaar stoppen toen haar oudste zus Annie ging trouwen en haar jongste broertje Wilfried ziek was. ‘Later ben ik gaan werken. Ik was schoonmaakster bij Hotel Roelofsen in Diepenheim en bij de scholen in Diepenheim, Hengevelde en Markvelde.’ Ze vertelt dat ze als kind lang haar had. ‘Mama zei altijd: “ze gaat met één staart naar school en komt met twaalf staartjes terug”. Na zo’n schooldag zat het nergens meer naar.’ Net als haar zussen was ze lid van de wandelsportvereniging WSV.
Agnes woont met haar man Frans de Wit in Hengevelde. Ze hebben één dochter en twee zonen.

annieAnnie is de oudste van het stel. Ze moest al gauw meehelpen in het gezin, deed na de lagere school de huishoudschool in Bentelo en kwam daarna weer thuis om haar moeder te assisteren. Later werkte ze ook in de huishouding bij gezinnen in de buurt (Kiezenbrink en Eijsink) en werkte ze bij café Assink, vooral als er bruiloften waren. ‘Met zestien jaar mocht ik voor het eerst uit. Je ging dan ook op dansles. De eerste keren moest ik om 12 uur ’s avonds thuis zijn, maar later waren mijn ouders ertegen dat ik alleen naar huis fietste en ging ik naar huis met meiden van mijn leeftijd, zoals Jo Rouwenhorst, Annie ten Hagen en mijn zus Rikie.’
Annie (geboren op 29 mei 1941) woont alweer jaren aan de andere kant van Markvelde sinds ze trouwde met Jan Blanckenborg. Ze hebben vier kinderen en zes kleinkinderen.

rikieRikie ( van 2 juni 1942) herinnert zich van de lagere school dat daar heel strenge meesters voor de klas stonden. Ze noemt de namen Roorda en Wassenberg. ‘Wij kregen volop mee hoe ze soms te keer gingen, want wij waren nogal klein van stuk en moesten daarom altijd in de eerste bank zitten. We hebben meester Eijsink ook gehad, maar die vertrok omdat hij als soldaat naar Nederlands Indië ging. Ik weet nog dat we hem via de luchtpost brieven hebben geschreven daar. Wat me ook nog te binnen schiet, is dat we ’s morgens wel eens aan de late kant waren als we naar school moesten. Dan was er geen tijd meer om te bidden. “Doe dat onderweg maar even, dat vind Onze Lieve Heer ook wel goed”, zei mama dan tegen ons.’
Rikie ging na de lagere school eveneens naar de huishoudschool en bleef daarna een paar jaar thuis werken. Op 16-jarige leeftijd ging ze in betrekking bij Blokhorst in Goor (geen familie). ‘Ze noemden me daar Annie, want mevrouw Blokhorst heette Riek. Ik ben er negen jaar geweest tot in ik in 1966 trouwde met Bennie Wijlens uit Haaksbergen.’
Het echtpaar woont in Haaksbergen. Ze kregen drie kinderen en hebben zeven kleinkinderen. Bennie was in zijn werkzame leven metaalbewerker.

henkWe gaan het rijtje rond de tafel verder langs. Henk (geboren op 2 juni 1947) vertelt dat hij tot zijn achtste jaar altijd liep naar school, soms achterlangs via het erf van de familie Hartgerink, soms over de voormalige Schoolweg. Ik kon pas fietsen toen ik acht jaar was. Later moest hij al gauw dagelijks de Twentsche Courant rondbrengen. Dat heb ik gedaan tot mijn vijftiende. Verder heb ik de gebruikelijke werkzaamheden gedaan die je als boerenjongen deed, ook bij de buren. Aardappels gardern, hooien bij Brummelaar, Eijsink en bij onszelf.’
Na de lagere school fietste hij naar de LTS in Haaksbergen. Toen hij daar klaar was, kwam hij in dienst bij Wormgoor, een kilometer verderop. Het bedrijf waar talloze eieren werden uitgebroed en waar broedmachines werden gemaakt. Hendrik Tuinte uit Hengevelde was van dat laatste onderdeel de baas. Henk heeft er ook duizenden eieren geschouwd, zijn broer Frans eveneens.
Henk woont in Diepenheim. Hij is getrouwd met Truus Semmekrot. Ze hebben twee zonen en vijf kleinkinderen.

fransFrans (geboren op 27 september 1948) typeert zijn jonge jaren als mooi en gezellig. ‘We zaten daar in Markvelde precies tussen Hengevelde en Diepenheim in. Soms moesten we in Hengevelde naar een winkel, soms in Diepenheim.’ Hij herinnert zich met een lach het bijzondere snoepwinkeltje van Hartsuiker. Ook Frans ging als opgroeiende jongen regelmatig de buurt in om een handje te helpen met het werk op de boerenbedrijven.
Hij heeft zich in 1981 met zijn vrouw Ans Rupert gevestigd in het buitengebied van Hengevelde aan de Kinkelerweg, daar waar de bewoners behoren tot de gemeente Haaksbergen. Ze hebben twee kinderen en vijf kleinkinderen.
 
reneRené is de jongste van het aanwezige achttal. Hij was ook de sportiefste. Je kon hem als jongste dagelijks zien voetballen op het erf en de weilanden rond hun huis. Ook hij kijkt heel content terug op de jonge jaren in Markvelde: ‘Richting Diepenheim woonden de protestanten. Met hen gingen we niet veel mee om. We speelden met de kinderen die ook in Hengevelde naar school gingen, de Bekkedams, de kinderen van Semmekrot en de jongens van Brummelaar.’
Hij herinnert zich ook de gezelligheid die het werk van vader Johan bij de gemeente met zich meebracht. ‘Als er in de winterdag gestrooid moest worden, kwamen ze na de tijd allemaal bij ons koffiedrinken. Al was het om vier uur ’s nachts.’
Koffiedrinkers waren bij bij Leida sowieso aan het goede adres. De postbodes, de gemeente arbeiders, het consultatiebureau dat bij hen de kinderen uit de hele buurt kwam prikken. ‘Bij mama was iedereen welkom. Ze zette meteen koffie’, zeggen René en de anderen in koor. 
René (van 13 december 1958) woont in Hengevelde. Hij is metselaar. Hij trouwde met Rianne Versteeg uit Deurne. Ze hebben drie kinderen.

Ze zijn nog met hun achten. Zeven broers en zussen leven niet meer. De twee kleine Truusjes hebben we al genoemd. ‘Daar hebben mijn ouders destijds veel verdriet over gehad’, zegt Agnes. ‘Ik heb het er wel eens met mama over gepraat. Maar ja, ze moesten door…’
wilfriedOok de jongste twee kinderen hebben ze maar betrekkelijk kort bij zich gehad. Wilfried (foto rechts) is geboren op 26 maart 1959 en Lisette op 28 augustus 1960. Beiden hadden ze de taaislijmziekte, Cystic Fibrosis. Het is een erfelijke, ongeneeslijke ziekte. Wilfried is nog 7 jaar geworden. Hij overleed op 4 oktober 1966. Lisette heeft maar acht maanden geleefd. Ze konden niet beter worden. Het waren droevige tijden voor het grote gezin. Iedereen leefde en hielp intens mee met het jongste broertje en zusje. Agnes: ‘Toen Wilfried op het laatst zo erg ziek was, haalde mama hem ’s nachts wel een keer of tien uit bed om het slijm een beetje los te kloppen en hem te verzorgen. De ziekte zat van beide kanten in de genen. Gelukkig wordt het tegenwoordig sneller ontdekt.’

berichtJOHAN
Naast de dramatische ziekte van de twee jongsten kreeg de familie in de eerste helft van de jaren zestig nog meer rampspoed over zich heen. Op woensdagmiddag 22 april 1964 om 3 uur kwam de burgemeester van Diepenheim, de heer Gerke binnen in gezelschap van een legeraalmoezenier. Vader Johan lag met zware rugpijn in bed. Annie en haar moeder Leida waren bezig met het schoonmaken van de kelder. Annie: ‘Er stonden driehonderd weckflessen in de keuken. Mama had een paar uur eerder nog gezegd dat ze met al die drukte hoopte dat er die dag niks bijzonders zou gebeuren, maar de aalmoezenier van mijn broer Johan van zijn legeronderdeel in Steenwijkerwold, had slecht nieuws.’ 
‘Ik was ook thuis’, vertelt Fons, ‘en hoor mama nog zo roepen “Oh oons Johan, oons Johan, oons Johan. Er is toch niks ergs gebeurd met Johan.” Ze was helemaal in paniek.’
De aalmoezenier vertelde dat de 20-jarige Johan was verongelukt. Hij had in de laadbak van een drietonner gezeten, die op een smalle weg bij het plaatsje Zeegse in Drenthe een wagen met melkbussen wilde passeren en daardoor aan het slingeren was geraakt. De drietonner slipte, waardoor de laadbak een boom raakte, precies op de plek waar Johan zat. De boom was tegen de rechterslaap van Johan gebonkt. Geen mens kan zo'n klap trotseren. Johan was nog wel overgebracht naar het militair hospitaal in Assen, maar het mocht niet meer baten.
johan als soldaatZe vergeten deze tragische gebeurtenis nooit meer. Ook de begrafenis niet. Johan werd met militaire eer begraven. De ceremonie maakte indruk. ‘Die saluutschoten op het kerkhof vond ik naar’, zegt Rikie.
René daarentegen vond het mooi. ‘Ik zat er als kleine jongen met verbazing naar te kijken.’
Het enige voordeel van het noodlottige ongeval met de drietonner was dat geen van zijn zes jongere broers daarna nog in militaire dienst hoefde. Ze werden zelfs niet voor de keuring opgeroepen.
Johan (van 25 augustus 1943), bijgenaamd Knientje, was een gezellige jongen. ‘Hij was de enige’, vertelt Henk, ‘die zich na het uitgaan niet hoefde te melden bij mama, want hij kwam altijd hoestend binnen.’
Johan was timmerman. Zijn opleiding kreeg hij op de Borculose Leo-Stichting waar hij elke dag met zijn buurjongen Jan Kiezenbrink en met Wim Jannink uit Hengevelde naar toe fietste.

de vier oudsten

BENNIE
Ook Bennie, die anderhalf jaar na Johan is geboren, is niet meer onder ons. Hij is op 15 november 2002 overleden. Hij voelde zich niet goed, kreeg de diagnose alvleesklierkanker en overleed zes weken later. Bennie woonde als vrijgezel op het ouderhuis, was gemeentearbeider en lid van de brandweer. Frans vertelt dat ze de laatste avond allemaal bij hem waren toen hij de Ziekenzalving ontving. ‘Op enig moment zag ik dat hij met zijn ogen de foto’s in de kamer langs ging. Daarna bedankte hij iedereen en ging hij naar zijn slaapkamer.’
Vlnr Johan, Rikie, Annie en Bennie
Iedereen roemt Bennie om zijn goedaardige karakter. ‘Hij reed altijd met onze ouders naar de kerk en naar allerlei andere plaatsen waar ze naar toe moesten’, zegt René.
‘Daar heb ik altijd mijn petje voor afgenomen’, vult Agnes aan. ‘Hij heeft veel van zichzelf gegeven voor onze ouders, hij heeft zich vaak weggecijferd voor hen,’
Agnes vertelt dat haar zus Josefien en haar man Joop bleven de laatste tijd elke nacht bij hem slapen. ‘Daar heeft Bennie een grote steun aan gehad.’

josefien kleenJOSEFIEN
Ruim een jaar geleden echter raakte de familie ook Josefien kwijt. Zij overleed eveneens aan kanker. In totaal is ze drie keer heel erg ziek geweest. De broers en zussen roemen haar rustige karakter. ‘Ze klaagde nooit.’ Josefien (jeugdfoto rechts) was van 17 mei 1953. Ze stierf op 15 januari 2017. Zij en haar echtgenoot Joop Marks woonden in Diepenheim. Ze hebben twee dochters en vijf kleinkinderen. Josefien werkte vroeger op een bank en later bij de post. Ze was lid van een groot aantal verenigingen, was verkeersbrigadier en stond erom bekend dat ze iedereen in Diepenheim kende.

OUDERS
Het achttal vertelt over vroeger, over de broers en zussen die ze verloren hebben, over wat er zoal in grote gezinnen voorvalt, over de ouders, over de opvoeding. ‘Streng waren ze niet, maar wat ze van ons vroegen, deden we gewoon. Tegenstribbelen deden we niet.’ Ze vertellen over Sinterklaas, wanneer ze allemaal een verrassing kregen, over de verjaardagen. Dan werd er door iedereen gezongen. Wie in januari geboren is….
Annie en Rikie weten nog dat een groep soldaten bij hen thuis ingekwartierd was. ‘Ze mochten van papa op zolder bivakkeren, als ze maar niet rookten’, zegt Rikie. ‘De sergeant kreeg beneden een plekje, hij wilde niet bij zijn manschappen liggen. Toen hij ’s avonds laat in zijn slaapzak wilde kruipen, schrok hij zich bijna dood. Een van de soldaten had namelijk een egel in zijn slaapzak gestopt.’
Ze tafeltennisten in de keuken, ze kaartten, ze lagen ook elke avond voor de stoel om de rozenkrans te bidden. Ze bouwden een paasvuur en samen gingen ze met oud en nieuw met een groep buurtkinderen op pad met pleerdöpkes, met rotjes en een heus kanon.
Ze gingen in de vakantie met hun ouders naar een speeltuin of fietsten met Hemelvaart naar Hengelo Gelderland om op de terugweg patat te eten in Lochem. Mooie herinneringen.
René denkt terug aan zijn moeder. Dat ze altijd wakker lag als de jongens uit waren. Dan kwam de een weer, dan de ander, dan de volgende. ‘We meldden ons en daarna gingen we snel naar bed. Soms werd ze daardoor acht keer wakker ’s nachts. Ik realiseer me steeds vaker dat het heel zwaar geweest moet zijn voor haar.’ 

kermis 1959

LEIDA
Zoals al gezegd, Leida was een fijne vrouw en moeder die ook in de buurt zeer geliefd was. ‘Voor ons was ze heel zorgzaam’, zegt Henk. Hij en de anderen vragen zich nog weer eens af hoe ze toch heeft kunnen verwerken dat ze vijf kinderen heeft moeten missen. ‘Als ze aardappelen zat te schillen, kwamen de tranen wel eens’, zegt Agnes, die een groot aantal jaren thuis heeft gewerkt. ‘Dan deed ze de schort even af en ging ze zitten om erover te praten. Soms ging ze naar een buurvrouw, praatte daar het verdriet van zich af en kon daarna weer door. Als je zelf ouder wordt en kinderen hebt, besef je des te meer wat ze gevoeld moet hebben.’

1959. Leida met Josefien en achter haar Johan met Agnes zijn op weg naar het School- en Volksfeest>>

Leida was het middelpunt van het gezin. ‘Ze ging naar de ouderavonden op school’, zegt René. ‘Ze maakte altijd lekkere boterhammen klaar als we naar school gingen’, zegt Fons.
Haar man Johan had een druk leven. Na het eten deed hij altijd even zijn ogen dicht. Hij praatte niet veel, het verdriet om de overleden kinderen liet hij niet blijken. Hun vader was een binnenvetter. Hij werkte bij de gemeente en had zijn eigen boerderij die ze na ruim vijftien huur betalen rond 1970 van buurman Hegeman hadden gekocht.

Johan Blokhorst (van 20 februari 1912) was afkomstig uit een gezin van zeven kinderen in de Slotshoek in Hengevelde en Leida ten Dam (van 8 december 1917) was een van de acht. Zij kwam uit Bentelo. Haar ouderhuis stond bekend onder de naam Beernink. Ze leerden elkaar kennen op een bruiloft in Bentelo. Op 10 mei 1940 wilden ze trouwen voor de wet, maar konden het gemeentehuis van Ambt-Delden niet bereiken. Nederland was in oorlog met de Duitsers, de brug over het Twentekanaal lag eraf. Zodoende werd hun huwelijk pas op 14 mei 1940 ingeschreven en trouwden ze twee dagen later In Hengevelde voor de kerk.
Ze vierden elke vijf jaar hun trouwdag met een feestje. Annie: ‘Dan gingen we samen eten in Steenderen, waar mama een nicht had wonen of naar familie in Hengelo.’


blokhorst 60 jarige bruiloft 001
Mei 2000. Johan en Leida zijn 60 jaar getrouwd. Zittend vlnr René, Leida, Johan, Annie, Henk, Truus en Frans Blokhorst. Boven Rianne, Frans de Wit, Ans, Richarda, Arnold, Agnes, Josefien, Bennie Wijlens, Bennie Blokhorst, Jan, Rikie, Fons, Joop en Antoinette.

Toen Johan met pensioen ging en de kinderen een eigen plek hadden gevonden, hebben hij en Leida ook tijd gevonden om te genieten van het leven. De kinderen herinneren zich dat ze op vakantie gingen naar Frankrijk met de buren Johan en Mina Kiezenbrink, waar ze veel mee optrokken. 
Aan het begin van deze eeuw zijn Leida en Johan kort achter elkaar overleden. Ze woonden toen een half jaar in het verzorgingshuis in Delden. Leida was 83 toen ze op 6 maart 2001 overleed. Johan stierf op 29 oktober op 88-jarige leeftijd. ‘Hij was op, had ook al een tia gehad’, zeggen de kinderen. Hun ouders vonden het prettig in Delden, hoewel Bennie er moeite mee had. Agnes: ‘Het deed Bennie pijn, de dag dat ze vertrokken. Hij ging er elke week heen en wij allemaal waren er zo vaak mogelijk. Dat was toch heel bijzonder.’

Met hun achten gaan ze verder na een bewogen leven. De onderlinge band is altijd goed gebleven, vertellen ze. 'Met verjaardagen zien we elkaar. Hoewel het onderlinge contact minder frequent is, omdat ze allemaal zelf weer kinderen en in sommige gevallen ook kleinkinderen hebben.'
===.

begrafenis johan

 begravenis johan 2

25 april 1964. Johan wordt met militaire eer begraven.

 annie en jan

 Annie, de oudste van de vijftien kinderen Blokhorst, met haar man Jan Blanckenborg

   

 fien agnes fons rené
1964. Josefien, Agnes, Fons en René op de lagere school in Hengevelde.

fons rené

 Fons en René

 

joha en leida met 4 kinderen 1948

 1948. Johan en Leida met vlnr Bennie, Rikie, Annie en Johan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
  
 
 

    

   

Laatst aangepast op zondag, 11 maart 2018 23:56
Redactie WN

De redactie van WegdamNieuws.nl bestaat uit Arthur Schoneveld en Raymond Wegdam. In samenwerking met enkele gastredacteuren proberen zij Hengevelde en omstreken dagelijks te voorzien van het laatste nieuws!

Website: www.wegdamnieuws.nl E-mailadres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Laat een reactie achter

Reacties van iedereen die worden direct, zonder tussenkomst van de redactie, op de site geplaatst. We gaan ervan uit dat je op een fatsoenlijke manier reageert en inhoudelijk op elkaar reageert. De reacties gaan over het onderwerp van discussie, niet over de personen die de reacties plaatsen. Reacties met beledigingen of scheldwoorden worden verwijderd.

all4gsm

Dorpsagenda powered

sio

agendahvelde

De verhalen van Gijs worden u aangeboden door

Reacties van lezers

Enquête

Spiegels aan de Bretelerstraat en Goorsestraat

Koop bij onze sponsoren

waar

WN op socialmedia

Zoeken op deze site!

Spreuk van de week

Denken is klaarblijkelijk zo buitengewoon vermoeiend dat velen de voorkeur geven aan oordelen

Tip spreuk: [email protected]

Koop bij onze sponsoren

Koop bij onze sponsoren