Gemeente moet schade vergoeden aan VOF Landgoed Hof van Twente

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 12 november 2013 bepaald dat de gemeente Hof van Twente alsnog de geleden schade moet vergoeden aan de VOF Landgoed Hof van Twente. Dit omdat de toenmalige plannen voor de bouw van het bungalowpark destijds niet doorgingen, na een besluit van de gemeenteraad.

Het Gerechtshof vernietigt met haar besluit het vonnis van de Rechtbank in Almelo (waar de gemeente in eerste instantie in het gelijk is gesteld) en oordeelt dat de gemeente tekort is geschoten in de nakoming van haar afspraken met Landgoed Hof van Twente VOF. Hierdoor heeft de gemeente volgens het Gerechtshof een wanprestatie geleverd en is de gemeente aansprakelijk voor geleden en te lijden schade.

Het strijdpunt tussen Hof van Twente en Landgoed Hof van Twente VOF gaat over het al dan niet aangaan van een overeenkomst om een bungalowpark met 350 vakantiewoningen en een golfbaan mogelijk te maken. De gemeente had geëist dat een verbod tot uitponding (het verbod op het verkopen van individuele recreatiewoningen) zou worden opgenomen in deze overeenkomst. Dit om permanente bewoning van recreatiewoningen tegen te gaan en om de duurzame bedrijfsmatige exploitatie van het bungalowpark te garanderen. De gemeente heeft tijdens de procedure beargumenteerd dat goedkeuring van de gemeenteraad een vereiste was voor het sluiten van de overeenkomst.

Het Gerechtshof is van mening dat de realisatieovereenkomst, ondanks het niet ondertekenen door de gemeente, impliciet toch tot stand is gekomen. Het tijdens de raadsvergadering toevoegen van een gewenst verbod tot uitponding is naar oordeel van het Gerechtshof in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Het stond de gemeenteraad niet vrij om deze eis op het allerlaatste moment op te nemen. De redelijkheid en billijkheid brengen naar het oordeel van het Gerechtshof met zich mee dat de gemeente geen beroep kan doen op het goedkeuringsvoorbehoud van de gemeenteraad.

Daarnaast stelt het Gerechtshof dat voorafgaand aan de raadsvergadering in 2009 door de gemeenteraad geen voorbehoud is gemaakt van een dergelijke clausule. Ook had de gemeenteraad Landgoed Hof van Twente VOF in de gelegenheid moeten stellen zich te beraden op dit standpunt, in plaats van lopende de raadsvergadering een definitief besluit te nemen tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.

In een eerdere (bestuursrechtelijke) procedure heeft de Raad van State geoordeeld dat de gemeenteraad op juiste gronden heeft afgezien van het vaststellen van het bestemmingsplan om een bungalowpark mogelijk te maken.

De omvang van de geleden schade is nog niet bepaald, hiervoor zal een aparte procedure worden gevolgd. De gemeente betreurt de uitspraak ten zeerste en beraadt zich op een mogelijke cassatieprocedure.