Geen zittend gat

 


Arie in de meest uitbundige uitvoering (tijdens de Höftedagen van 2012)

Vanuit de verte word ik geroepen. Een fietser steekt de markt over. Breed lachend stapt hij af. Want grote delen van de dag loopt hij rond met een lach op zijn grijze stoppelbaardgezicht. ‘Ik zag je lopen’, zegt hij. ‘Kom, laten we even een bakje koffie doen.’ Tien seconden later zitten we al op het terrasje. Dit soort taferelen maak ik af en toe mee met plaatsgenoot Arie Brinkman. We hebben veel gemeen, niet in het minst dat we Wegdammers zijn en dat we samen een paar jaar in het tweede elftal van WVV hebben gevoetbald. Zondag aanstaande is hij hoe dan ook op het Rupertserve. Als oud-speler van WVV én ATC mag de net 65 jaar geworden Arie daar niet ontbreken.


Doelman Arie met het kampioenselftal van ATC’65. Staand derde van rechts zijn zwager Marcel.

Hij werd kampioen met WVV 2, speelde ook enkele jaren in het eerste elftal, verkaste vanwege zijn huwelijk met Hengelose Ank Holtkamp naar de metaalstad, meldde zich daar aan bij ATC’65 waar zijn zwager Marcel in het eerste speelde en werd een paar jaar later ook met ATC kampioen. ‘Dat was in de vierde klasse met o.a. Marcel, de broers Gelevert, Herman Ronhaar, Marcel Leusenkamp en Gerard Vollenbroek. ATC was toen al een grote vereniging. Kampioen worden met het eerste elftal is dan voor een speler zo grandioos’, glundert Arie met het hele gezicht. Hij ging daarna op eigen verzoek naar het derde, maar stopte na een jaar. ‘Ik vond de mentaliteit te slap. Daar kan ik niet tegen, heb er meteen een punt achter gezet.’


De Arie van nu bij De Appel.

Enthousiast
Ik heb met mijn oude ploegmaat van WVV afgesproken in het pas gerenoveerde café De Appel. Het is bekend terrein voor Arie. Het was jarenlang zijn stamcafé, zo vertelt hij. Ze zaten er altijd zaterdags met een vast clubje. In het namiddag serveerde de kroeg altijd een heerlijk buffetje en vooral veel gezelligheid. Soms gingen ze nog door naar de Kleine Kunst, waar vaak een bandje speelde of een cabaretvoorstelling te zien was. Ik kan er mij veel bij voorstellen, want ik kwam hem daar wel eens tegen met altijd die royale glimlach op zijn gezicht en een enthousiast verhaal erbij. Ook nu begint hij vrolijk te vertellen over de korenavond in Hengevelde, waar hij onlangs was. ‘Daar speelden de Roamers, weet je nog?’ Ja, dat weet ik nog. Leuke coverband uit Haaksbergen. Ze schijnen dus nog steeds te bestaan. Arie vertelt uitbundig over vroeger, hoe hij genoot van de band en wekelijks op  zijn brommertje naar de Bron in Haaksbergen sjeesde om hen te zien spelen.

ATC
Om maar meteen aan te geven met wat voor gevoel Arie zondag naar WVV-ATC staat te kijken: hij is helemaal voor WVV en voorspelt een 2-1 overwinning voor de groengelen. Bij ATC komt hij nooit meer. Hij heeft geen contacten meer bij die club. Zijn zoon Tom heeft er in de jeugd gespeeld, maar stapte over naar Wilhelminaschool waar hij in het eerste terechtkwam met Arie meestal als supporter langs de lijn. Hij hoopt dus als geboren en getogen WVV’er dat de drie punten zondag in Hengevelde blijven, niet in het minst omdat de jongens een overwinning hard nodig hebben. Dat geldt echter eveneens voor ATC. ‘Daar heb ik ook mooie dingen meegemaakt, maar mijn hart ligt bij WVV’, zegt hij eerlijk.
Ik kan het me goed voorstellen. De club waar je als kind je eerste competitiewedstrijden speelde en waar je menig jaar tegen een bal trapte, dat is altijd de club van je hart, ook al verhuis je, zoals Arie en ik gedaan hebben, naar elders. Je blijft ze volgen. We waren er afgelopen zomer ook bij in Lochem, waar geschiedenis werd geschreven door de promotie naar de tweede klasse. We togen daarna naar Assink voor een spontaan feest. ‘Dat enthousiasme, die groengele passie, wat geweldig was dat’, roept Arie die lang bij Assink is blijven hangen. Hij kreeg ’s nachts bij Harrie Doeschot een bed en is de andere dag op zijn gemak naar huis gefietst met een zalig gevoel in zijn lijf. ‘Soms schudde ik eens goed met mijn hoofd’, lacht hij. ‘Ja, het was waar, WVV was tweede klasser geworden. Prachtig. Ongekend.’

Jongste
Hij haalt herinneringen op, vertelt het verhaal van zijn familie. In oktober 1948 is hij geboren. Hij is de jongste van de vier kinderen van Hendrik en Leida Brinkman. Drie jaar eerder hadden Hendrik en Leida al een zoontje gekregen dat ze Arie noemden, maar het kindje overleed na zeven maanden. Zijn twee broers wonen nog steeds in Hengevelde. Frans is 77 jaar. Hij woont vlak bij De Marke, was vroeger net als Arie keeper en kreeg daarom zelfs de eervolle bijnaam Saris, genoemd naar de keeper van BVV (het vroegere FC Den Bosch). Frans is overigens ook nog vele jaren een markant clubscheidsrechter geweest. Zus Dinie is 75 jaar. Ze woont in Enschede en heeft net als Frans twee kinderen. Aries broer Toon is 72 jaar. Hij heeft drie zonen en een dochter. Hun vader Hendrik is in 1981 overleden. Hij is 78 jaar geworden. Leida was wijd en zijd bekend vanwege haar naaischool aan huis. Veel bruiden uit de verre omgeving trouwden in die tijd in een jurk die door Leida gemaakt was. Zij is in 1992 overleden op 81-jarige leeftijd.
Aries ouderhuis stond aan de Diepenheimsestraat tussen Ter Doest en de kerk. Het is al jaren weg. ‘Ik liet mijn vrouw Betsy zien waar het gestaan heeft. Ik ging op het plein staan, wees naar boven en zei: “Hierboven was mijn slaapkamer”.
Hij vertelt van zijn schooltijd. En als je zo dicht bij de kerk woont, werd je vanzelf misdienaar. ‘Een paar keer versliep ik me. Dan stond mijn oom Arnold, die koster was, onder aan mijn raam te roepen. “Arie, Arie, woar blief ie. Ie mot de misse deên.”

Hij ging in Hengelo naar de ULO en was intussen lid van WVV geworden. Daar zou de keeper een soort pendelaar worden tussen het eerste en tweede elftal. Van alles schiet hem te binnen uit die mooie voetbaltijden. ‘Weet je nog dat we in Haarle speelden op een veld dat meer leek op een modderbad dan op een grasveld. Ik ben daar met kleren en al onder de douche gegaan.’ Hij noemt de trainingen van Toon Beijen die ons met bakkeien over het veld liet lopen. Hij noemt de trainers Ter Beek, Zwierink, Hummelink, Arie Otten.  ‘Bennie Hummelink was voor mij als keeper een toptrainer. Hij was de eerste die mij trainde met speciale oefeningen. Otten was ook een supertrainer. Met hem werden we kampioen met het tweede elftal.’ Hij herinnert zich dat hij in het eerste kwam en die zondag tegen Delden moesten voetballen. ‘Daar speelde mijn Servo-collega Rolf Brem. Hij maakte twee goals en ik stond de week erop weer in het tweede.’
 
Servo
De naam Servo is gevallen. Na de ULO kreeg Arie een baan bij de chemische fabriek in Delden. Hij begon er op het bedrijfsbureau, maar ging later in de productie. ‘Omdat ik geen zittend gat heb.’
Hij bleef er 46 jaar. Ik kijk hem met grote ogen aan. 46 Jaar bij dezelfde werkgever? Hij lacht. ‘Waarom niet. Vroeger voelden de mensen vaak een grote solidariteit met het bedrijf waar ze werkten. Ik had dat bij Servo ook. Je had daar een voetbal-, een tafeltennis- en een toneelclub. Ik was overal bij. Ik had het er laatst nog met Erwin Olthuis over. Dat was fantastisch. Je had helemaal niet behoefte om er weg te gaan.’


Arie met ex-buurjongen en vriend Tonnie Tuinte.

Vanaf de lagere school ontstond in Hengevelde een hechte vriendengroep waar Arie zich altijd zeer verbonden mee heeft gevoeld. Hij noemt de namen: Johan Kiezenbrink, Tonnie Blanken, Louis ten Elzen, Bennie Rupert, Jozef Pelle, Hans de Wit, Harrie Doeschot, Tonnie Tuinte. Eenmaal per jaar ging het negental samen een weekend op stap. In januari was er beurtelings een Nieuwjaarsborrel bij een van hen. Maar onderling ontmoetten ze elkaar ook. De groep raakte in september jl. Jozef kwijt. De bekende ondernemer aan de Haaksbergerstraat had kanker en moest er op 64-jarige leeftijd voorgoed tussenuit. Arie spreekt waarderende woorden over zijn vriend. Een week of drie voor zijn overlijden is de groep nog een weekend weggeweest samen met Jozef en zijn vrouw Helma, die het zelf geregeld hadden. Ze zaten op een gezellige plek in Mander. Arie: ‘Het was bijzonder en intens. Voor Jozef moet het heel zwaar geweest zijn.’

Positief
Arie kent ook zelf van nabij de ruïnerende werking van kanker. Zijn vrouw Ank, met wie hij in 1972 trouwde, kreeg de ziekte in 1990. ‘Ze had eierstokkanker. Door de kuren heeft ze tot november '92 nog geleefd.’ Ze hebben twee kinderen, Tom en Nathalie, en drie kleinkinderen. We praten over Ank die ik zelf ook gekend heb. ‘Ank was een rustige vrouw, ingetogen, een beetje op zichzelf. We hadden het heel goed samen.’
 
In 1998 leerde hij Betsie kennen. Ze trouwden in 2004, maar ook Betsie moest eerst nog door een diep dal. Ze kreeg in 2003 borstkanker. Gelukkig won ze de strijd. Arie: ‘Het gaat fantastisch met haar. Toen ze het mij vertelde, was ik furieus. Niet nog een keer. Maar Betsie is heel positief ingesteld, misschien heeft haar dat extra geholpen. Ze is een vrouw die heel open is. Daardoor ben ik dat ook veel meer geworden. Het is beter, we bepraten samen heel veel. Ik ga graag in haar enthousiasme mee. Ze is actief, schildert regelmatig. Portretten en ook abstract. Mooie hobby.’

Fiets
Sinds anderhalf jaar is Arie in de vut. Hij deed het een paar maanden kalm aan en werd toen bezorger voor de Hengelose tak van bakkerij Nollen. Verder tennist hij en zomers gaan hij en Betsy graag op fietsvakantie in Duitsland of in eigen land. Dit jaar hebben ze 450 km gefietst langs de Nederlandse kust en vervolgens via Hoorn, Urk en Kampen weer naar Hengelo.
Zondag fietst hij vol verwachting een kleine 15 kilometer van zijn huis in Hengelo naar Rupertserve in Hengevelde. En uiteraard fietst hij een paar uur later dezelfde weg terug, maar dan met het lekkere gevoel in zijn lijf van de 2-1 overwinning voor de groengelen.

PS. Op de zwart-wit-foto uit 1972 staan de heren van het toenmalige tweede elftal van WVV. Staand vlnr: Hans de Wit, Harrie ten Dam, André Ottenschot, Alfons Semmekrot, Theo ten Heggeler, Tonnie Blanken, Harrie Heijmer en elftalleider Gerrit Pelle.
Hurkend: Gijs Eijsink, Tonnie ter Doest, Harrie Hofmeijer, Arie Brinkman, Gerard Kuipers en Jozef Epping.
Overigens zijn vier leden van dit team niet meer onder ons. Harrie ten Dam overleed op 25 maart jl,  Harrie Heijmer op 6 juli 1988, Gerrit Pelle op 4 mei 1998 en Gerard Kuipers overleed op 13 oktober jl. in Huissen op 65-jarige leeftijd na een ziekbed van 2.5 jaar. Theo woont in Haaksbergen, Arie en ik in Hengelo, de overige spelers wonen in Hengevelde.