Hoe wijlen professor Kees Fens zich Hengevelde herinnerde

Hoe gastvrij waren de Wegdammers tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook daarna. Verschillende verhalen op Wegdam Nieuws getuigen ervan. De boeren rond het dorp zeiden meestal geen nee als er een verzoek kwam om onderdak te verlenen aan mensen die hun huis noodgedwongen moesten verlaten of aan tieners uit de randstad, die in de zomer aan moesten sterken. De Amsterdammer Herman Emmink, bekend als zanger en presentator van radio en tv, werd hartelijk ontvangen door de familie Tibbe, een zekere Theo Denkers was meer dan dankbaar voor zijn verblijf bij de familie Smit (Smitbaas) en Kees Fens, de bekende schrijver en hoogleraar in de Nederlandse taal, vond precies 75 jaar geleden een aangenaam onderkomen bij de familie Wegdam (Erve Moatkotte). Op Herman Emmink en Theo Denkers kom ik binnenkort terug. In dit artikel vraag ik uw aandacht voor de belevenissen van Kees Fens in Hengevelde.

Bennie Eissink

‘Een goede, maar strenge meester’
Hij schreef er zelf over, Kees Fens. Op 9 januari 1999 stond het in De Volkskrant, in zijn rubriek Stad in de verte. Dorreweg stond erboven. Hieronder staat het verhaal in zijn geheel weergegeven. Interessant om te lezen hoe zo’n bekende auteur als Kees Fens zich zijn verblijf herinnert bij de familie van Jans Wegdam die de oudere Wegdammers nog kennen als organist van de parochiekerk. Ik sprak erover met Bennie Eissink (85) die 75 jaar geleden al op Erve Moatkotte woonde en daar Kees Fens heeft meegemaakt. Bennie was nog maar anderhalf jaar toen hij en zijn zus Marie bij Wegdam werden ondergebracht, omdat zijn moeder gestorven was. Hij is nooit meer weggegaan. Bennie wordt trouwens niet genoemd in het verhaal van Fens. Jans en zijn echtgenote Marie wel. Fens noemt hem een kleine, gezette man, getrouwd met een blozende, slimme vrouw. Hij beschrijft dat Jans’ vader er ook woonde die de hele dag in een stoel naar de grond zat te staren. ‘Hij heeft al die zes weken niets tegen mij gezegd’, schrijft Fens.

Jan Hendrik Wegdam, de zwijgzame vader van Jans

Bennie glimlacht bij deze opmerkingen van de schrijver. Hij heeft de vader van Jans nog gekend. Hij heette Jan Hendrik en was afkomstig van Jamboer van het Heggelerveld. ‘Ik ken hem ook niet anders dan dat hij bij de kachel zat.’
Jan Hendrik is in 1947 op 81-jarige leeftijd gestorven.

Over Jans schrijft Fens: ‘De boer was een goede, maar strenge meester: in korte tijd was ik melkknecht. En daar zat ik om half zeven op een krukje onder een koe en de melk stroelde in de emmer, zoals het in mijn kinderboeken was genoemd.
Bennie was destijds tien jaar. Hij herinnert zich Kees Fens nog wel, maar details over het verblijf van de latere hoogleraar zijn hem ontschoten. ‘Hij kwam bij ons om aan te sterken’, vertelt hij. ‘Wat ik nog wel weet, is dat hij nogal op zichzelf was. ‘Er waren hier wel knechten op de boerderij, maar ik heb hem nooit met hen een praatje zien maken. Hij had weinig contact.’
Kees Fens schrijft in zijn Volkskrant verhaal: ‘Het was een heel warme zomer en op dat heetste uur, na het middageten, gingen boer en boerin slapen. Ik zat dan op de bank in het voortuintje voor mij uit te staren en soms liep ik even het pad op naar de klinkerweg, alleen om terug te kunnen lopen. Dat deed ik langzaam en ineens lag daar dan in een plens van heet licht, uitgestorven, de boerderij, met alleen wat kippen eromheen die niet wisten dat ze al scharreleieren legden. Hun gemompel maakte de stilte nog groter.’

Dat Kees bijna dagelijks het weggetje opliep, weet Bennie nog wel. ‘Ik zie nog voor me hoe hij dan richting de Roossnieder wandelde. Soms had hij een boek bij zich en las hij daarin. Als een jonge priester die aan het brevieren was.’

Jans en Marie in de begin jaren zestig

Fens was 16 jaar toen hij de zomervakantie doorbracht bij de familie Wegdam. In de zomers van 1944 en ’45 was hij ingekwartierd geweest in Deurne. In 1945 belandde hij daar in het plaatselijke ziekenhuis met een gebroken sleutelbeen. In ’46 was hij bijna 17 en kwam hij met meer leerlingen van het Amsterdamse Ignatius College terecht in Twente. Hij leerde bij Moatkotte melken, rogge en haver binden en vroeg opstaan, zoals dat destijds bij de boeren normaal was.
‘Na de ruwe rogge kwam de zachte haver en toen alles op zolder was opgeborgen, waren mijn zes weken voorbij. Met de fiets aan de hand ging ik voor het laatst de Dorreweg af. Ik liet de boerderij achter me. Ik heb die nooit meer teruggezien.’
Kees Fens hield er altijd een warm gevoel aan over. Erve Moatkotte en zijn bewoners zouden nog regelmatig terugkomen in zijn dromen.

Bennie herinnert zich nog dat Arnold Wegdam, een neef van Jans, jaren later op een dag kwam vertellen dat hij contact met Fens had opgenomen met de vraag of hij nog eens terug wilde komen naar Hengevelde. Maar dat wilde Fens niet. De reden daarvan weet Bennie niet.

Neerlandicus Fens (van 18 oktober 1929) overleed op 14 juni 2008 aan een chronische longziekte. Op zijn naam staan talloze publicaties en boeken.  Hij ontving voor zijn complete oeuvre onder andere de P.C. Hooftprijs en de Laurens Janszoon Costerprijs.
Sinds 2009 bezit Amsterdam de Kees Fensbrug. De geboren en getogen Amsterdammer Fens keek vanuit zijn huis jarenlang op deze brug over de Keizersgracht.

In 2014 verscheen van de hand van Wiel Kusters de biografie Mijn versnipperd bestaan. Ook daarin worden zijn schoolvakantie van zes weken bij Jans en Marie Wegdam op erve Moatkotte beschreven.
Jans Wegdam was ook organist van het Wegdammer kerkkoor. Hij overleed plotseling in 1975 op 75-jarige leeftijd, twee dagen nadat hij op zondag voor het laatst het koor had begeleid.
Marie is 98 jaar geworden. Zij is in 2003 gestorven.

Kees Fens bezoekt een klooster
Het bruidspaar Jans en Marie in 1932