Het geheime wapen van de kampioen
(gesproken column tgv de receptie van WVV’34)
Een paar jaar geleden stond ik ook voor deze microfoon op een receptie van WVV. Dat was bij het 75-jarig bestaan. Het was een dubbel historisch moment in de annalen van de groengelen. Want de club was naar ook nog eens de derde klasse gepromoveerd. De verrassing was groot. Dat WVV nog eens derde klasse mocht spelen, was volgens sommingen een unicum. Nu sta ik alweer hier en andermaal is er zeer terecht sprake van een historisch moment. Weer kampioen en promotie. Tweede klasse. Prachtig. Fantastisch. Onmeunig mooi.
Enigszins triomfantelijk keek ik rond toen ik sportcollega’s ontmoette in de week na het kampioenschap. ‘Ach’, zei Leon, die zijn journalistieke werk afwisselt met een functie als assistent-trainer van Bon Boys, ‘jullie hebben ook eens een keer een goede lichting. Over een paar jaar zitten jullie weer gewoon in de vierde klasse.’
Tijmen, af en toe speler van Twenthe Goor 1, kreeg ook al geen felicitatie uit de mond. ‘Ach’, zei hij een tikkeltje geringschattend, ‘jullie zaten in de Gelderse derde klasse. Dat is stukken gemakkelijker dan de Twentse.’
‘Dat is de kift’, zei ik lachend en vertelde dat WVV een prima jeugdbeleid heeft. Met een beetje geluk komen er uit elke leeftijdsgroep drie eerste elftalspelers bij.’ Maar de heren geloofden het niet en maakten me duidelijk dat het leven van WVV in de tweede klasse precies één jaar zal gaan duren. ‘Laat dat zo zijn’, reageerde ik nog een beetje narrig, ‘dan spelen we nog een klasse hoger dan de Bonnie Boys en Twenthe Goor.’
WVV is tweede klasser, het is zo. De noaberverenigingen zullen ermee moeten leren leven. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik dat vorig jaar om deze tijd ook niet durfde te hopen. WVV eindigde als vijfde in 3A, dat was niet verkeerd, maar de achterstand op de top-4 was aanzienlijk. Er kwam met Jeroen Kiepman een nieuwe oefenmeester die nota bene nog niet eerder als zelfstandig trainer werkzaam was. Maar ze flikten het op meesterlijke wijze. Kiepman bleek een strateeg te zijn, Kiepman bleek het in de vingers te hebben.
Ik heb in 2009 op verzoek van het bestuur een soort van analyse gemaakt van het allereerste eerste elftal dat intussen alweer 79 jaar geleden de bal in Hengevelde officieel aan het rollen bracht. Ik meldde toen dat hun nazaten niet met bijster veel talent gezegend waren, op de Assinks na. In het eerste elftal dat zestien dagen geleden geschiedenis schreef door naar de tweede klasse te promoveren, bevinden zich drie kleinzonen van Jan Assink, de midvoor van 79 jaar geleden, Wouter, Joost en Bas. Van de anderen zijn geen kleinzonen in het huidige kampioenselftal te vinden. Er moeten dus nieuwe generaties opgestaan zijn met voetbalgenen in hun dna, die WVV omhoog stuwen in het regionale amateurvoetbal.
Hoe kon dat? Ik vroeg het me af, zoals velen dat deden die de ploeg niet altijd op de voet volgen. Ik probeerde het verrassende succes te analyseren. Een elftal heeft een sterke as nodig. Joost Assink en Tom Brummelhuis als centrale verdedigers. Ja, dat is een sterke tandem. Ik mag ze graag zien voetballen. Rotsen in de branding. Maar wie spelen er afgezien van de doelman verder nog op de WVV-as. Moeilijk te bepalen.
In de wedstrijden die ik zag wisselde dat nogal eens.
Is er een man die met individuele acties de ene na de andere wedstrijd beslist? Ja, Maurice Workel, de aanvoerder, de linksbuiten, de man met de zeer effectieve kap-beweging, de man die onverwacht hard kan uithalen van afstand en ook de man die in kansrijke positie op koelbloedige wijze de trekker overhaalt tot in de beslissingswedstrijd aan toe. Ik zou zijn contract met een jaar of drie verlengen, als ik voorzitter van WVV was.
Is er dan nóg zo’n man die continu razend gevaarlijk is, die bijvoorbeeld drie van de vijf vrije trappen verzilvert of die met de kop bij corners niet af te stoppen is? Niet echt.
De ongepolijste Hamoudi scoort soms en mist soms. Topklasser HSC’21, een van de weinig clubs uit de regio, die hoger voetbalt dan WVV, zal hem de komend jaren gaan bijspijkeren. Overigens, ik heb het even nagekeken. Als je in de Bos-atlas de punt van de passer op de middenstip van het hoofdveld van WVV plaatst en je trekt een cirkel met een straal van 15 km, dan kom je nergens een club tegen die hoger speelt dan WVV. Alleen topklasser HSC’21 steekt er in die cirkel bovenuit. Zuidwaarts loopt de cirkel langs Eibergen, in het westen bijna tot Lochem, in het noorden bovenlangs Enter, in het oosten langs Borne, Hengelo West en Boekelo. Je bestrijkt dan een oppervlakte van ruim 700 km². Enter Vooruit speelt eveneens tweede klasse en al die andere clubs die in de cirkel liggen spelen allemaal lager dan WVV. Moet ik ze noemen? Vooruit voor het goede gevoel zal ik er een aantal uitpikken. Sportclub Neede, FC Eibergen, Sp Lochem, GFC, Twenthe Goor en Hector, SC Markelo, vvEnter, Rood Zwart, NEO, BVV Borne, TVO, Bentelo en de Bon Boys. Is dat opmerkelijk? Ja zeker is dat opmerkelijk. Delden, Neede, Eibergen, Lochem, Borne en Goor zijn plaatsen die stukken groter zijn dan ons swingende dorp. Dat vertel ik u even terzijde om te beseffen wat deze jongens met hun staf teweeg hebben gebracht.
Ik ga door met de analyse van deze bijzondere selectie. Wat is het geheim? Is het Tom ten Breteler, de ongecompliceerde doordouwer tot in de laatste seconde? Hij schiet vaak raak, tegenstanders gruwelen van de man die alsmaar door blijft raggen, maar hij kan af en toe ook op heerlijke wijze missen.
Of Bas Assink, de ijverige, snelle mier van het middenveld die zomaar voor het doel kan opduiken en scoren. Hij pikt elk jaar zijn doelpunten mee. Scorende middenvelders zijn goud waard.
Dan de wijze routinier en voetbalkenner Roy Workel. Hij legt zelfs corners in een keer in het net. Hij stopt er nu mee, terwijl zijn veel oudere broertje gewoon doorgaat. Jammer van deze vakkundige linkspoot.
Je hebt Hielke Kiezenbrink, de bedrijvige middenvelder met voetbalintelligentie, zoon van een technisch begaafde linkspoot uit de vorige eeuw. Je hebt de talentvolle Wouter Roescher, een dynamische alleskunner voor de toekomst. Ik genoot van Justin Alferink die volgens geruchten een huis zoekt in Hengevelde. Ook Roy Tuinte, de routinier op de rechterbuitenbaan was erbij en Paul Semmekrot, de voetballende verdediger. Ik hoop dat ik niemand vergeet. Oh ja, Niels Spekreijse zag ik al een paar keer invallen. Pittig spelertje, zoon van een keeper. Deze Niels is zo langzamerhand toe aan een basisplaats, dat lijkt me duidelijk.
En, dames en heren, het zijn stuk voor stuk mannen met het voetbalhart op de juiste plaats.
Hoe kon deze ploeg die derde klasse C als winnaar afsluiten? Er moet een geheimzinnig element zijn, er moet een onbekend aspect zijn dat deze groep transformeerde tot nummer 1. Ik keek naar het elftal, ik bekeek de selectieleden en ik legde mijn oor te luister bij de ware groengelen. En ineens werd het geheim zichtbaar. Het toverwoord is Pierik. Er duiken ineens Pierikken op in Hengevelde en derhalve ook op het vlaggenschip van WVV. Vroeger had je alleen Pierik Koeveld, een sportfamilie bij uitstek, maar geen voetballers. In Markvelde had je n Klookn en had je Arnold Pierik van Lènderink, die vanuit de grens tussen Hengevelde en Bentelo was overgekomen. Geen voetballers vooralsnog, hoewel Arnolds dochter Annie in het bestuur van FC Twente heeft gezeten. Maar dat was meer op basis van haar politieke status dan door kennis van de voetbalsport.
In de jaren zeventig dook de eerste Pierik op in WVV 1. Jan Pierik, van Boakerd uit Wiene kwam hier voetballen en wonen. Dat was de eerste van een complete invasie die vooral veroorzaakt werd door Pierik Niehoes van het Zeldam waar ze vijftien kinderen hadden, waarvan een aantal in Hengevelde neerstreek. Onder hun nazaten bevonden zich veel talenten die ook tot het huidige kampioensteam zijn doorgedrongen. Ik noem de bekwame doelman Wouter Assink wiens moeder een Pierik is. Hij nam overigens de plek onder de lat over van een andere Pierik, de pechvogel met de naam Niels. En deze Niels heeft weer een broer die inmiddels het eerste elftal met glans heeft gehaald. Hij heet Rob, is een kleinzoon van de reeds genoemde Arnold en ik weet zeker dat niemand hem weer weg krijgt uit de hoofdmacht van WVV, temeer omdat hij op Markveldse grond geboren is.
Ik noem ook mijn naamgenoot Gijs, weer zo’n telg uit de Pierik Niehoes familie. Zeer goede speler die Gijs. Polyvalent, zou Louis van Gaal zeggen. Hij heeft nog broertjes die ook het eerste kunnen halen, zegt men. In de toekomst een middenveld met allemaal Pieriks, dat zou wat zijn." Pier jij of pier ik", roepen ze dan tegen elkaar.
In de begeleiding sloeg Paul Wegdam, een van de beste spelers van WVV aller tijden, in zijn jonge jaren ook een Pierik aan de haak en laat ik de ceremoniemeester van deze avond niet vergeten. Zijn moeders naam luidde… inderdaad ook Pierik.
Dan heb je nog Hotel Pierik, een gewaardeerde sponsor van de club en ik ook wil ik even stilstaan bij John Pierik. Zijn vader èn moeder zijn allebei Pieriks. Van Pierik Niehoes, daar heb je ze weer en van PierikDoeschot. John had ooit een kortstondige, niet al te hoogstaande carrière in WVV 1. Maar sinds kort heeft hij zijn bedrijf in Hengevelde gevestigd. 1 + 1 = 2. John is zou een ideale hoofdsponsor kunnen zijn van de kersverse tweede klasser.
Het geheime wapen van deze grandioze selectie is dus de naam Pierik. Ik heb nog uitgezocht of ook Jeroen Kiepman connecties heeft met al die Pieriks die ons dorp bestormd hebben, maar dat bleek niet het geval te zijn. Overigens, petje af voor deze trainer en zijn mensen. En weet u wat hij kort na de gewonnen beslissingswedstrijd zei: ‘In de tweede klasse kan dit elftal zeker mee.’ Laat ik met deze opwekkende, aangename en ware woorden afsluiten. Iedereen van de selectie en van het bestuur, de overige leden van de vereniging, de club van 100, de sponsors en de fans: van harte proficiat. Op naar de eerste klasse.