Fietsen op de vierkante meter


Terwijl ik de trappers rond laat gaan, kijk ik rond. Ik kan de hele zaal overzien. Het is druk op deze maandagmorgen. Ik zit lekker, handen losjes op het stuur, maar ik kom nergens. Naast mij zit een leeftijdgenoot met zijn beige handdoekje om de nek en zijn groene t-shirt met reclame voor een biermerk ook op zo’n fiets. Met een rooie, bijna paarse kop fietst hij stevig door en ook hij arriveert nergens. Recht voor mij staat een zwarte dame van een jaar of 35 op een zogenaamde crosstrainer. Soepel, ritmisch, recht voor zich uitkijkend beweegt ze de trappers in een vrij hoog tempo op en neer. Witte doppen in de oren, zwart kortgeknipt haar. Haar pronte, ronde kont, gehuld in een zwarte legging, steekt heerlijk strak naar achteren. Hengelose Surinaamse, dat is zeker. Maar ook zij crost nergens naar toe. 

Happer
Of ik maar even mee wil lopen naar het sportschoolgedeelte, vroeg de fysio. Hij had mijn verkrampte rechterkuit gemasseerd, had er nog wat elektronische golven doorheen gestuurd en eigenlijk vond ik het toen zelf al wel genoeg. Hij niet. “We gaan ook nog even wat oefeningen doen die goed zijn voor kuit en knie”, luidde zijn vriendelijke, maar dwingend klinkende aankondiging.
Vier weken geleden heeft een chirurg van Ocon via een kijkoperatie delen van m’n  rechterbinnenmeniscus afgehaald. “Mag ik even de happer”, zei hij tijdens de operatie tegen een assistente. Ik keek zelf mee op een scherm boven mij (het was immers een kijkoperatie) hoe hij met de happer mijn knie binnen ging om de rafelrandjes van de meniscus weg te happen. In een minuut of tien was het klaar, ik ging terug naar de zaal. Nadat een half uur later de verdoving uitgewerkt was, kon de revalidatie beginnen.

Kuit
Op deze maandagmorgen, vier weken na dato, ben ik dus in de sportschool. Basic-Fit, heet het. De fysio heeft in hetzelfde gebouw zijn praktijk en dat is heel handig, want dan kan hij zijn patiënten op die apparaten wat extra oefeningen laten doen. Ik moet er ook aan geloven. De rechterkuit stond immers al een paar weken op springen. “Pas maar op dat je geen trombose krijgt”, zei mijn vrouw. Gelukkig was dat niet het geval, omdat ik net op tijd onder behandeling kwam van Bart, de fysio die me was aangeraden door kennissen. Prettige jongen, jaartje of 35. De kuit houdt zich door zijn behandelingen steeds beter. “Doe de volgende keer sportkleding aan”, zei hij vorige week, “dan gaan we knie en kuit hier in de sportschool sterker maken.”

Handdoekje
En daarom zit ik nu op die ingenieuze fiets. Ik moet zorgen dat ik iets boven het getal 70 fiets. Dat is het tempo, wat ik aan moet houden. Op het display kan ik in één oogopslag de stand van zaken zien, energieverbuik, hartslag, tijd, afstand. Prachtig. Ik moet tien minuten. Na 7 minuten heb ik 50 caloriën verbruikt, zegt de display. Zal wel.
Schuin achter mij zijn ook twee mannen aan het fietsen, maar die doen het anders. Die zitten niet op het zadel, maar fietsen staand. Ze kijken voortdurend op een scherm waar ze een wielrenner in beeld hebben die een berg beklimt. De veertigers, beiden met een blauw handdoekje om de nek, denken dat ze dezelfde berg beklimmen als de renner op het scherm. Maar in werkelijkheid gaan ze nergens naar toe. 
Ik heb helemaal geen handdoek bij me, bedenk ik me. Het staat stoer, zo om je nek. Ik zie dat bijna alle sportievelingen in deze zaal het hebben, jong en oud, man en vrouw. Ook hebben de meesten een flesje water of een bidon binnen handbereik. Moet ik de volgende keer ook aan denken. 
De muziek is vrij hard eentonig, maar zeker wel te pruimen. Afrojack? Naast me is een mooi, blond meisje van een jaartje of 27 aan het hardlopen op een loopband. Haar handdoek ligt op de rode tas naast het apparaat. Lichtjes loopt ze in een pittig tempo. Haar paardenstaartje gaat driftig op en neer. Ze kijkt gespannen, serieus, geconcentreerd voor mij langs. Waarnaar kijkt ze onder het lopen? Waar denkt ze aan? Af en toe schouwt ze de getallen op haar display. Verder heeft ze nergens aandacht voor, terwijl ze steeds maar weer de ene voet voor de andere zet. Maar ook zij gaat nergens naar toe. Dat is het wonderlijke van zo’n sportschool. Tientallen mensen sloven zich uit op fietsen en banden, ze vreten tezamen honderden kilometers op, maar ze gaan nergens heen.

Duifjes
Bart meldt zich intussen. Hij dirigeert me naar de crosstrainer waar zojuist nog de Surinaamse bezig was. Ik kan nu ook mezelf in de verte in een grote spiegel zien zwoegen en moet stiekem lachen om mezelf. Naast me crost een oude, magere man met stramme spieren en grijze haren, sportief poloshirt, ruime, witte sportbroek met riem, daaronder dunne, fragiele benen met knokige knieën. “Is dat de oudste deelnemer van de sportschool?” vraag ik Bart.
“Ja. Hij is 87. Hij komt drie keer per week vanuit Deurningen hiernaar toe. Ik help hem vaak. Maar ik moet wel zeggen dat hij de laatste tijd trager begint te worden.”
Mag het?
“En die twee grijze duifjes daarginds?” vraag ik hem oneerbiedig en wijs op twee dames van zeker 70. ”Ze kletsen meer dan dat ze sporten.”
“Die komen hier al jaren”, zegt Bart. “Vergis je niet in hun fitheid. Ze zijn 72 en 73. Beide dames hebben een uitstekende conditie en wegen geen gram teveel.”

Trap
Na de crosstrainer moet ik op een bewegende trap. Is goed voor de gekwetste knie. Het doet me denken aan de cakewalk, vroeger op de kermis. Na twee minuten heb ik honderd treden gehad. Helemaal vanuit de hoek kan ik iedereen bezig zien. Links van mij trekken stoere mannen aan apparaten, terwijl ze voor grote spiegels staan. Als ze nog geen narcist zijn, worden ze dat hier. Voor mij de fietsers, snelwandelaars, hardlopers, crosstrainers, roeiers. Samen leggen ze grote afstanden af. Elk op zijn of haar eigen vierkante meter.
“Je kunt het ook in de natuur doen. Je kunt elke dag een rondje door Twente fietsen of een stuk gaan roeien op het kanaal”, zegt Bart. “Maar veel mensen prefereren de sportschool. Ik zie je donderdag weer. In sportkleding.”

Ik moet er dus aan geloven. Goed voor knie en kuit en voor het hele lichaam. Fietsen op de vierkante meter. Je gaat nergens naar toe, het lijkt een doelloos gedoe, maar je wordt er wel fitter van. Althans dat zegt Bart. Ik geloof hem. Donderdag ben ik er.