Oud-Hengeveldse Anja Schreijer maakt furore in de medische wereld

Anja Schreijer bij Op1 (10 mei 2020)

Ook Anja Schreijer heeft dat speciale gevoel als ze de brug bij Deventer passeert. Als ze richting huis gaat in Hengevelde en ze voelt de knik bij de A1-oversteek van de IJssel. Dan rijdt ze dat laatste stuk naar Twente met een gelukzalig gevoel. ‘Dan aard ik weer’, zegt ze. Dat lijkt een beetje bijzonder, want Anja was een jaar of achttien en wist toen één ding zeker. Ze wilde de wereld in; weg uit Hengevelde. ‘Ik wilde zijn waar het gebeurde, waar de echte reuring was.’
Reuring ervoer ze vervolgens volop. Neem de coronatijd. Om de paar dagen draafde ze op bij een van de talkshowtafels op televisie of radio. Op slag werd ze een bekende Nederlander. WegdamNieuws is benieuwd hoe ze terugkijkt op die periode. En als we dan toch een afspraak hebben, laten we er dan een uitgebreid interview van maken.

‘Er is eigenlijk weinig verschil tussen Amsterdam en Hengevelde’

Drie jaar geleden nog maar. Het jaar 2020 kwam net op gang, maar in een mum van tijd stagneerde het leven overal ter wereld. Anja Schreijer, gepromoveerd arts, gespecialiseerd in infectieziekten en als zodanig hoofd van de GGD in Amsterdam, werd lid van het OMT (het Outbreak Management Team) en daarom regelmatig opgeroepen aan talkshow-tafels. Daar waar af en toe haar moeder en politica Annie een plek kreeg, was de volgende Schreijer hard op weg een bekend gezicht te worden in tv-kijkend Nederland. ‘Ik vond het spannend’, zegt Anja op een mooie middag in een Amsterdams café. ‘Maar ik vond het ook wel geinig. Daar zat ik dan ineens met bekende landgenoten als Huub Stapel in een voorbespreking. Op1 was plezierig, Jinek ook. Soms was het een leuk spel. Dat de Volkskrant ons destijds een jaar gevolgd heeft, vond ik heel gaaf. Op Facebook wilden hele hordes mannen vriend worden van mij, dat was grappig. In de spotlights staan, vond ik best leuk. Maar nu is het over en dat is ook prima. Ik werd gevraagd om als expert te zeggen hoe het ervoor staat. En dat deed ik dus.’
Natuurlijk ging ze daar niet op de bonnefooi naar toe. ‘Ik bereidde me heel goed voor en besprak de stand van zaken met de woordvoerder van de GGD, RIVM en van burgemeester Halsema. Je kunt in de situatie komen dat je in een discussie belandt. Ik probeerde bij de feiten te blijven en uit te leggen waarom we dit of dat geadviseerd hebben.’

1980. Jan, Arjan, Anja, Annie, Heidi

HENGEVELDE
Natuurlijk kreeg ze ook mee hoe het coronavirus in haar geboorteplaats Hengevelde soms veel mensen tegelijk te pakken had. Omdat bepaalde groepen zich niet aan de regels hielden. ‘Dat gebeurde in heel Nederland’, zegt Anja. ‘Maar verstandig was het niet. Dat sommigen zelfs ontkenden dat we met een pandemie opgezadeld zaten, was dom. Die mensen toonden geen verantwoordelijkheid voor de omgeving waarin ze leven.’

AANPAKKEN
Nu de naam Hengevelde is gevallen, gaan we terug naar Anja’s jeugd aan de Bentelosestraat. Ze is geboren op 2 april 1976 als oudste kind van Jan Schreijer en Annie Pierik. Na haar volgen nog Heidi die thans 45 is en in Haaksbergen woont en broer Arjan (43) die in Hengevelde op het ouderhuis woont en werkt. ‘Heel fijn’, noemt Anja haar jeugdjaren thuis en in het dorp. ‘We hadden veel vrijheid en ruimte. Ook structuur. Drie keer per week handbal bij WHC, paardrijden en van de natuur genieten. Hengevelde is een dorp dat van aanpakken houdt. Er gebeurde altijd wel wat. De kermis met al die tenten inclusief een spiegeltent, de culturele aspecten die eraan zaten, dat vond ik altijd heel gaaf. Ik ging veel om met mijn neven Niek, Mark en Thijs. Dat waren een soort van grote broers. Zondags bezochten we de familie met al die ooms en tantes. We hadden het fijn op de lagere school. Meester Zegger, Weijermars en natuurlijk Jan Boomkamp waarmee we discussieerden over de jacht waar hij op tegen was en ik niet, want mijn vader was jager. Namen van klasgenoten? Hilde Raanhuis, Ellen Wegereef, Kirsten Tuinte, Silvia den Hollander, Erwin Rouweler, Mark Tuinte, Leonie Mentink, Ivanka Kuipers die later trouwde met mijn neef Mark en zo kan ik doorgaan.

1988. Arjan Heidi Anja. Het drietal is nog altijd close met elkaar. 'Heidi is mijn beste vriendin', aldus Anja.

GENEN
Thuis, op de boerderij aan de Bentelosestraat, legden Jan en Annie de basis voor Anja’s leven. Ook oma Anne Schreijer hield op de achtergrond een oogje in het zeil. Anja: ‘We zijn vrij zelfstandig opgevoed. Met veel liefde en duidelijkheid. Heel warm ook. Alles was bespreekbaar. Altijd met zijn allen eten. Oma woonde naast ons en at vaak mee. We moesten strijken, schoonmaken en andere werkzaamheden doen. Zo leerden we werken. Mijn ouders stimuleerden ons ook een goeie opleiding te doen en kansen te pakken die voorbij komen. Dat we ook een steentje moeten bijdragen aan maatschappelijke zaken, is ons met de paplepel ingegeven.’
Op de vraag welke genen vooral van de Schreijers afkomstig zijn en welke van de Pieriks antwoordt Anja dat de familie van haar vader bestaat uit krachtige, onafhankelijke vrouwen. ‘Ik herinner me mijn oma als een sterke, strabante vrouw. Maar je kon ook met haar lachen. We hebben nog steeds een betrokken familie-appgroep. Mijn Markveldse moeder heeft haar hoofd boven het maaiveld uitgestoken, haar broers en zussen bleven in de regio. Het is ook een warme, lieve en gezellige familie. Sommigen zoals Alfons houden de humor erin. De Pieriks zijn pragmatisch, ze houden van aanpakken, niet lullen, maar doen. En het is een politiek geëngageerde familie die ook het rooms-katholieke geloof uitdraagt. De Schreijers hebben dat minder. We geloven dat er meer is tussen hemel en aarde, maar hebben minder met het instituut kerk. Ik ben zelf ook van die kant. Ik heb thuis wel een Mariabeeldje staan. Beide families zijn sociaal. Betrokken zijn, dat zit er van beide kanten duidelijk in. Mijn ouders Jan en Annie zijn complementair aan elkaar. De relatie is in balans. Mijn moeder met haar drive, die zelfstandig is en onafhankelijk, maar die ook de geborgenheid zoekt van mijn vader die altijd thuis werkte en aanpakte. Hij is heel nuchter. Dat onafhankelijk zijn hebben ze ons meegegeven.’

MIDDELBARE SCHOOL
Na de lagere school trok Anja met een grote groep Hengeveldse tieners naar de Bouwmeester in Haaksbergen, de middelbare school. Na een paar jaar de dansles. Ze noemt haar vriendinnen Esther en Sigrid Winkelhuis uit de Hoeve en verder naar school fietsen met Leonie Mentink en Erwin Rouweler. Die tijd begon ze ook uit te gaan. Vriendinnen Saskia Rotink en Brigitte Rouweler waren ook van de partij, haar neven, de broers Hoebe, John Pierik, Gerard Scholten uit Wiene bij wie ze later in Amsterdam op kamers zat. (‘Dat mocht van Gerard, als ik maar kookte.’) Al met al typeert Anja de tijd van haar middelbare school als heel mooi. ‘Stappen in Hengelo, naar de kermissen en naar concerten. Prachtig allemaal.’
Vervolgens verhuisde Anja naar Amsterdam. Met het vwo-diploma op zak ging ze sturen op de UvA. ‘Ik wilde een frisse start maken en ging dus niet met de meute mee naar Nijmegen of Groningen. Nee, gemakkelijk was dat niet. Een nieuwe vriendengroep creëren, is moeilijk. Het is niet zo dat je iedereen wel even ergens in de stad tegenkomt. Maar ik had toch al vrij snel een goede relatie met zes meiden. Ze kwamen van buiten en waren geen lid van een studentenvereniging. We zijn nog steeds vriendinnen.’

Anja (tweede van links) in actie voor de kust van Scheveningen (2019).

GENEESKUNDE
De eerste drie weken van haar leven als student woonde Anja niet in Amsterdam, maar in het naburige dorpje Holysloot. ‘Mijn vader had daar een huisje geregeld en opgeknapt, maar nog geen maand later ging ze naar de stad, huurde daar met Saskia Rotink een huisje in de Indische buurt en toog aan de studie geneeskunde. ‘Waarom geneeskunde? Omdat ik daar altijd al iets mee had, ik wilde altijd al weten hoe het allemaal in elkaar zit en vooral infectieziekten vond ik interessant. Ik wilde iets bijdragen aan de bestrijding daarvan en had daarbij wel het idee dat te doen op maatschappelijk niveau.’
Daarnaast deed ze aan topsport in de tijd dat ze co-schappen liep, de periode waarin de student geneeskunde praktijkervaring opdoet. Gig roeien was haar sport. ‘Dat deed ik in Muiden op het IJsselmeer. Je roeide met een team van zes plus een stuurvrouw in een vrij smalle boot op het open water. Een coach wilde destijds een dreamteam formeren. Daar zat ik ook bij. We zijn op het WK op de oceaan bij de Scilly-eilanden onder de Engelse kust tweede geworden. Het is echt fantastisch om te doen. Dat WK was een enorme happening. Er deden veel Engelse en Amerikaanse ploegen mee. Ik doe het nog steeds, vooral voor de lol. Meestal val ik in als ze iemand tekort komen.’

14-11-2021, tv-programma Buitenhof. De Belgische viroloog Marc van Ranst en Anja worden geïnterviewd.

PREVENTIE
Toen Anja een eind op streek was met haar studie, moest ze zo langzamerhand een keuze gaan maken. Welke kant zou ze op willen gaan? Ze kregen een gastcollege van minister Els Borst die de studenten vroeg wat ze in de toekomst zouden gaan doen. Anja: ‘Bijna iedereen wilde medisch specialist worden. Voor huisarts hadden maar drie medestudenten belangstelling. Zelf kwam ik er al studerend achter dat ik aan de voorkant wat wilde gaan doen. In de preventie. Ik deed wel even de huisartsenopleiding en leerde daar veel van, maar het had niet mijn voorkeur. Ik liep stage op een afdeling waar aidspatiënten lagen. Ik wilde er liever voor zorgen dat mensen hun gedrag aanpassen, zodat ze niet ziek worden. Daar lag mijn interesse.’
Na de UvA stapte Anja over naar de universiteit van Leiden bij de afdeling klinische epidemiologie. Ze promoveerde op het onderwerp lange vliegreizen en trombose. ‘Dat gebeurt met mensen die lang zitten in een omgeving met ijle lucht. Ik leerde daar ook hoe je een goed onderzoek moet doen. Leiden is een belangrijke tussenstap voor mij geweest.’
Ze koos in 2009 voor een loopbaan bij de GGD in Utrecht. Arts maatschappij & gezondheid infectiebestrijding, zo luidde de naam van haar job. ‘Met allerlei instellingen samenwerken en keuzes maken. Dat vind ik mooi. Om ze samen te brengen en uitleg te geven. De wetenschap vertalen naar de praktijk.’ Haar takenpakket breidde zich verder uit, de laatste vijftien jaar en ook stapte ze af en toe over naar een andere werkgever, zoals in het overzicht onder haar foto is weergegeven.
Vanzelfsprekend willen we weten of de ziekte Covid-19 nog opnieuw de kop op kan steken. ‘Ja, maar het is nu endemisch’, zegt Anja. ‘Met vlagen zal het terugkomen en rondgaan.’
Dat heeft tot gevolg dat de zogenaamde wappies ook rustig zijn geworden. Anja: ‘We zijn uit het heetst van de strijd. De wappies vormen een grote vergaarbak van allerlei twijfelaars. Sommigen ontkennen de stikstofproblemen, anderen vinden dat er met het klimaat weinig aan de hand is.’

De Volkskrant publiceert in januari 2021 een uitgebreide reportage met de OMT-leden annex "Covic-19 deskundigen" Marion Koopmans, Jan Kluytmans, Alexander Friedrich, Diederik Gommers en Anja Schreijer en plaatste daarbij deze tekening van Kevin McGivern.

MEDISCH-DIRECTEUR
Behoort een andere, misschien nog grotere pandemie ook tot de mogelijkheden? ‘Eens per twintig jaar zouden we te maken kunnen krijgen met een grote grieppandemie. Dat komt vooral door de overbevolking, de intensiteit waarmee we met dieren omgaan en door het vele heen-en-weer-reizen van mensen over de hele wereld. Momenteel speelt de grootste vogelgriepaanval ter wereld ooit. Dat heeft een enorme impact op de hele voedselketen. Ik maak me daar zorgen over. Vogelgriep is een risico, in Polen is het al overgegaan op zoogdieren. Zo kunnen er nog meer duveltjes uit doosjes komen. Dus gebruiken we de tussenfases om ons daarop voor te breiden. Mocht het weer zover komen in ons land, dan pleit ik ervoor dat het hele probleem niet terechtkomt bij één ministerie. Bijna ieder departement heeft ermee te maken. Dat is logisch. We moeten dan in Nederland, net als in een aantal andere landen, een chief medical officer aanstellen die zorgt voor een breed beleid. Hij of zij komt net onder de minister-president. Dan wordt het probleem beter gestroomlijnd.’
Vooruit denken, preventief zijn, voorbereid zijn op volgende rampen. Dat is wat Anja in haar huidige baan doet. Ze is sinds 1 januari 2022 medisch-directeur van het Pandemic & Disaster Center in het Erasmus MC. Haar taak is leiding te geven aan een instituut dat Nederland beter voor wil bereiden op pandemieën en andere rampen door nationale en internationale samenwerking te zoeken. Dat doet ze samen met  Marion Koopmans (Erasmus MC), Bas Jonkman (TU Delft) en Pearl Dykstra (EUR).

2020. Anja wordt benoemd tot voorzitter van het Landelijk Overleg Infectieziekten (LOI) en is als zodanig lid van het OMT.

OP BEPAALDE LIJSTJES
Zoals gezegd, tijdens de corona-jaren en vooral toen we met z’n allen in een lockdown zaten, was Anja regelmatig te gast aan een van de talkshow tafels op televisie en maakte daar altijd een rustige indruk. Is dat haar aard? ‘Ik zat daar in een rol om het beleid toe te lichten. Maar ik ben ook wel eens minder rustig en bij vlagen fanatiek. Soms moet je boel aanjagen, dat heb je in een leidinggevende functie. Ik kan rust uitstralen, maar ook veel energie hebben. Dan hoor ik wel een iemand zeggen dat niet alles dezelfde dag nog af moet. Vooral bij de GGD was ik gedreven.’
Ben je emotioneel?
‘Ja. Enorm. Maar ik kan ook zakelijk zijn. Vaak maak ik keuzes op emotie. Ik doe een verstandelijke afweging en kijk dan hoe het voelt. Een koele kikker ben ik zeker niet. Ik kan bijvoorbeeld ook heel erg opgaan in muziek.’
Achterdochtig?
Mangs wa, aait nich. Mijn moeder is politica, ze heeft veel meegemaakt en moest vaak achterom kijken om te controleren of er niet aan haar stoelpoten gezaagd werd. In de corona tijd was ik ook wel achterdochtig. Ik stond op bepaalde lijstjes, dan ben je argwanend bij elk pakketje dat je thuisgestuurd krijgt. Ik ben ook genomineerd geweest voor de Anton Mussert Prijs die werd uitgeloofd door felle tegenstanders van het corona beleid.’ (Die zogenaamde prijs werd door fanatieke antivaxers genoemd naar Mussert, een Nederlandse nazi uit de Tweede Wereldoorlog.)
Ben je consequent?
‘Eigenlijk wel. Als de omstandigheden ernaar zijn, kan ik ook de koers aanpassen. In de opvoeding van mijn kinderen ben ik dat zeker. Vroeger was ik ongeduldig. Alles moest gisteren klaar zijn. Nu is dat minder.’

Anja en haar naaste familie. Van boven naar beneden, links: Sien, Annie, Dirk, Jett en Toon. Rechts: Heidi, Jan, Anja, Lente, Arjan (2023). Jett en Toon zijn de kinderen van Arjan, Lente is de dochter van Heidi.

BEETJE ONDEUGEND
Terug naar Hengevelde. De band van Anja met het geboortedorp is aan het verbleken, maar verdwijnt niet. ‘Mijn familie woont er, op het kerkhof liggen familieleden. Ik denk nog wel eens aan de mooie tijd die ik had bij Slager Brummelhuis, waar ik tot mijn achttiende zaterdags heb gewerkt. Dat was altijd ontzettend gezellig. Hoe ik het dorp typeer? Als ondernemend, mensen die aanpakken. Als je binnen komt rijden, zie je meteen de grote gebouwen waarin die ondernemers hun bedrijven hebben.’

Is de tegenstelling groot tussen je woonplaats Amsterdam en geboorteplaats Hengevelde?
‘Neuh, eigenlijk niet’, zegt ze.

2023. Anja met haar dochters Sara (18) en Sien (16/rechts) op wintersport. Sara begint deze maand aan de studie geneeskunde aan de universiteit van Leiden, Sien zit in de vijfde klas van het vwo. Van Marc, de vader van de dochters, is Anja gescheiden.

‘Eigenlijk is er weinig verschil. Beide plaatsen zijn een beetje ondeugend. Ze zijn niet conservatief, denken graag out of the box, leven niet tussen de lijntjes. Amsterdam is wat inclusiever dan Hengevelde. Als je in het dorp anders was dan de rest, moest je extra voor jezelf opkomen. De laatste jaren is dat wel bijgetrokken. Er wordt vaak gesproken over een zogenaamde kloof tussen de randstad en het platteland. Maar meestal maakt men zich overal in het land druk over dezelfde dingen. Ja, ik snap die irritatie wel, dat men denkt dat de randstad bepaalt wat er op het platteland gebeurt.’

2033
We zetten er een punt achter. Nog één vraag: Wat doe je in 2033? ‘Haha, ik kreeg onlangs bij het afscheid van Jaap van Dissel dezelfde vraag. Dan woon ik nog steeds samen met mijn partner Dirk die uit Brabant komt en in de biotechnische industrie werkt. We hebben nog steeds een huis in Amsterdam en hebben dan ook een zomerhuisje in Twente. Ik heb tot nu toe in de stad gewoond en soms ook buitenaf. Die combinatie werkt voor mij het beste.’

Hieronder nog wat recente foto’s uit het familiealbum: