Kamsalamander bouwt natuurlijke kraamkamer, Hofvogels zet zich in

Na drie jaar kikkerpoelen te hebben geïnventariseerd met fuiken op zoek naar de kamsalamander, organiseerde Hofvogels onlangs een workshop om zich meer te verdiepen in het onderwaterleven van deze beschermde amfibiesoort. Edo Goverse van RAVON, de landelijke organisatie die zich onder andere bezig houdt met het wel en wee van deze amfibiesoort, lichtte een tipje van de sluier op en liet ons zien dat er veel andere signalen zijn die wijzen op zijn aanwezigheid. Centraal tijdens de workshop stond de vraag ‘waaraan moet het leefgebied van de kamsalamander voldoen, hoe plant hij zich voort en hoe is dat te herkennen? 

 Op een wat bewolkte ochtend in mei verzamelden een tiental vrijwilligers van Hofvogels en IVN Haaksbergen zich rond Edo bij een kikkerpoel in Kerspel Goor. Een poel waarvan bekent was dat er kamsalamanders aanwezig waren. Belangrijk onderdeel van de workshop was het herkennen van de verschillende levensstadia van de kamsalamander. Hoe vinden en herkennen we een eitje in het blad van een waterplant en hoe ziet een larve van de kamsalamander er precies uit? 

Na de koffie en de krentewegge, ons aangeboden door de erfeigenaren, werden eerst de avond tevoren uitgegooide fuiken onder de luidruchtige roep van een zenuwachtige koekoek gelicht. Edo drukte ons bij het naderen van de poel meteen op het hart, om eerst even stil te staan bij wat je ziet en hoort. Het in het water plonsen van de groene kikker bijvoorbeeld of het wat knorrend geluid van de bruine kikker. Indrukken dat er sprake is van een schone en natuurlijk ingerichte poel, die geschikt is als leefgebied voor allerhande amfibieën en insecten. Maar ook hoe het gesteld is met de inrichting van het omringende landschap met voldoende schuil- en verblijfplaatsen onder struiken en ruigte waar de kamsalamander een groot deel van zijn leven doorbrengt. 

De eerste resultaten van de fuikenvangsten waren voldoende hoopgevend op meer. In meerdere fuiken zaten naast ontelbare waterkeversoorten met moeilijke namen en één kleine watersalamander ook een tiental volwassen kamsalamanders. Zowel mannetjes met hun opmerkelijke kam op de rug als de vrouwtjes zonder. Wel herkenbaar aan hun zwarte kleur, de wat wrattige huid, lange tenen en de rood oranje gekleurde vlekkenpatronen aan de buikkant. Patronen, die net als een vingerafdruk, identiek en herkenbaar zijn bij eventuele terugvangsten. 

Nadat de fuikvangsten met alle bijbehorende keversoorten uitgebreid waren besproken en gefotografeerd werd eerst uitgebreid stilgestaan bij verschillen tussen de eitjes van de kamsalamander en de kleine watersalamander. Niet alleen de soort waterplanten, maar ook de kleur van de aangetroffen eitjes bepalen de soort aldus Edo. De kamsalamander legt zijn roomwitte eitje op het blad van een wat forsere waterplanten, dat het vrouwtje vervolgens ingenieus dichtvouwt om het eitje te beschermen. Dit in tegenstelling tot de kleine watersalamander die een meer grijsgekleurd en kleiner eitje legt in een dichtgevouwen blad van een wat fijnere waterplant. 

Aan de hand van Edo’s aanwijzingen werden er al vlot meerdere van dergelijke pakketjes aan de rand van de kikkerpoel gevonden en uitgebreid bekeken en bewonderd. Meerdere scheppen met het door Edo meegebrachte schepnet leverde vervolgens naast de gebruikelijke waterplanten niet alleen een uitgebreide hoeveelheid waterkevers, – torren, kikkervisjes, slakjes en larven van libellen op. Ook viste Edo meerdere larven van de zowel de kamsalamander als de kleine watersalamander uit al het gewriemel in het schepnet. Ondanks dat de verschillen minimaal te herkennen zijn, vielen wel de lange tenen van de kamsalamanderlarve op en zijn grote ronde ogen. Bij het monitoren van een poel met een schepnet adviseerde Edo wel het net naar je toe trekken als meest succesvol. 



Na afloop van de workshop werd er nog geruime tijd nagepraat en kwamen we tot de conclusie dat de workshop zeker was geslaagd. Maar ook dat er nog veel te leren valt en geoefend moet worden in het herkennen van de verschillen tussen de beide larvesoorten en de stadia waarin zij zich bevinden. Wel zal het monitoren van poelen in de toekomst op een meer effectieve en efficiënte wijze plaats gaan vinden. Aangetroffen eitjes kunnen op éénvoudige wijze worden gezocht en gevonden en geven bij aantreffen een indicatie dat de poel een hot spot voor de soort is, en waar hij zich voortplant. 

Na een uitgebreid dankwoord en een maaltje Twentse asperges namen we afscheid van Edo in de hoop hem in de toekomst nog een keer naar Twente te lokken voor een verdiepingsslag in onze zoektocht en onze inzet om de kamsalamander weer prominent een plaatsje in ons Twentse landschap terug te brengen.