Uit de oude doos: ‘Paul Wegdam terug bij WVV’
Welkom bij ‘Uit de oude doos’. Een rubriek waarin we artikelen uit vervlogen tijden herbeleven. Het is bijzonder om stil te staan bij een tijdperk waarin de wereld er anders uitzag en denkwijzen een andere kleur hadden. Laat de nostalgie de boventoon voeren terwijl we samen terugblikken op herinneringen die nog altijd warmte oproepen.
Hieronder een vraaggesprek met Paul Wegdam in juli 1978, die na drie jaar weer bij WVV kwam voetballen.
Aan hem de vraag waarom hij toendertijd wegging?
“Ik liep al enkele jaren rond met het plan om het hogerop te proberen, maar mijn studie stond altijd voorop. In de vier jaar dat ik bij WVV in het eerste elftal speelde, eindigden we drie keer op de tweede plaats. Daarna moest ik in dienst en dacht ik daarmee iets te missen op voetbalgebied.
Omdat ik het bij WVV op dat moment niet meer zo zag zitten, besloot ik alsnog de stap hogerop te zetten. Daarbij wist ik dat het misschien te laat was en dat ik die keuze eigenlijk eerder had moeten maken.”
Waarom Hengelo?
“Mijn gymleraar Job Hoomans werd trainer van Hengelo en hem kende ik goed. Dat gaf ook zekerheid over een plaats in het eerste en Hengelo draaide goed mee. Verder kon ik ook nog naar Haaksbergen of Achilles, maar bovengenoemde gaf de doorslag”.
Tevreden?
“Ik heb daar uiteindelijk drie seizoenen gevoetbald. In het eerste jaar moesten we knokken tegen degradatie en vertrok Job Hoomans, omdat hij Hengelo niet professioneel genoeg vond. Hengelo beschikte over een prima jeugdafdeling en met de terugkeer van Kalsbeek – met wie de club altijd goede ervaringen had – stroomden vijf jeugdspelers door naar het eerste elftal. Dat zag ik eerlijk gezegd niet zitten.
Bovendien leek de hoofdklasse voor mij het hoogst haalbare en misschien zat dat er op dat moment wel in. In mijn derde jaar vielen de rekentoetsen voor mijn studie tegen; ik had meer aan mijn eindexamen en dacht opnieuw: ik ga terug naar een goede hoofdklasser. Men praatte mij dat echter uit het hoofd. Het zou er echt wel van komen, werd gezegd. Ik draaide goed mee, lag goed in de groep en het klikte prima met de trainer. Daarom ben ik gebleven.”
“Afgelopen seizoen draaiden we mee in de subtop, maar dat lag vooral aan het niveau van de tegenstanders. Voor mij was het persoonlijk een zeer pover voetbaljaar. Overigens kreeg ik briefjes van WVV met de opmerking dat ik zou hebben gezegd dat ik weg wilde. Dat viel natuurlijk niet in goede aarde. Daardoor dacht men in Hengelo dat ik wilde vertrekken, terwijl WVV juist dacht dat ik zou komen.
Ik had mezelf eerder voorgenomen dat ik naar een hoofdklasser wilde. Ik heb gesprekken gehad met de voorzitter en de trainer en later ook met Achilles Hengelo. Daar werd uitgelegd hoe de situatie was en al snel werd duidelijk dat ik niet direct op een plek in het eerste elftal kon rekenen. Er was dus geen zekerheid.
Maandenlang heb ik erover nagedacht om na het seizoen terug te keren naar WVV. Je weet dat de sfeer hier goed is, je kent de mensen en de waardering is hier ook groter. Bij Hengelo voetbalde ik op zich prima, maar je bent daar eigenlijk alleen om te voetballen en er zat voor mij geen vervolg in. Als Hengelo hoofdklasser was geworden, was ik niet weggegaan.”
Is dit het eindpunt en wat verwacht je ervan?
“Ik heb WVV aan het einde van het seizoen vier keer zien voetballen en dat viel me één keer tegen. Natuurlijk waren dat ook de nodige trainingen voor WVV, maar over het algemeen vond ik dat het goed in elkaar zat. Het enige wat mij opviel, is de balbehandeling op het middenveld; zo’n rol zie ik voor mezelf niet zitten.
Dat wil overigens niet zeggen dat ik hier blijf. Mijn studie gaat voorop en heeft altijd invloed gehad op mijn besluitvorming. Voorlopig blijf ik bij WVV en daarna zie ik wel. Per slot van rekening heb ik WVV de afgelopen jaren nauwelijks gezien en kan ik dus niet alleen afgaan op wat ik hoor.”