Rages

Elk jaar heeft wel zo zijn rages. Bij ons op de basisschool weet ik het nog wel. Knikkeren. Speciale tegeltjes lagen in de grond waar je naast dat je er vanaf een bepaalde afstand je knikker in moest proberen te krijgen ook zo heb ik zelf ervaren lelijk je enkel kon verstuiken als je op de vlucht was voor een boze leraar. Dat was mijn eerste rage: Knikkeren. Een soort van golf voor beginners.

In de bovenbouw was die rage allang weer voorbij en degene die toen nog aan het knikkeren waren vonden wij maar mietjes. Nee kaartje gooien, dat was voor de echte kearls. Kaartje gooien, en daar had je heel veel varianten van. Natuurlijk dichtst bij de muur.Wie zijn kaart het dichtst bij de muur gooide mocht de kaart van een ander houden. Dat was nog niet zo erg als je een kaart verloor. Maar soms deed je 10 op elkaar. “Omste” beurten gooien en wie de 10 de kaart boven op een andere kaart gooide  mocht de hele bende houden. Soms met ruzie tot gevolg.

 Man! Ik had schoenendozen vol met kaarten, met die doos onder de arm liep je naar het schoolplein. Trots dat je meer kaarten had dan een ander en dan vooral die kaarten met die hondjes erop,dat waren fijne kaarten, sterk en onverslaanbaar. Maar geen enkele kaart kon tippen aan de kaarten van Bart Groeniger. Zijn vader werkte bij Reaal verzekeringen en die kaarten van Reaal verzekeringen oeeh.. Als je tegenstander daarmee gooide was je kansloos. Ik was ook blij dat hij in dat schooljaar ging verhuizen.

Maar natuurlijk ging dat ook weer over, de schoenendoos ging bij het oud papier en daarvoor in de plaats kwam de chips. Niet omdat die chips zo lekker was , nee man.  Er zaten van die ronde schijfjes in ;Flippo’s. Als je die toch niet had kon je net zo goed thuisblijven en je niet in het straatbeeld van Hengevelde vertonen, want een 11-jarige zonder flippo’s was als Willem Brinkman zonder restaurant en een 16 jarige zonder Facebook. Mijn pa en ma werden gek bij de kassa, stiekem gooide ik die boodschappenkar vol met zakken chips. Kon mij het verrekken als het cheese union was. Of ham kaas, als die ronde schijfjes er maar inzaten. Eenmaal thuis was de teleurstelling ook donders groot als er weer eens een flippo met woody woodpecker inzat die je al lang had. Ik heb wel eens overwogen om die zak chips weer dicht te plakken en hem te ruilen, is nooit gelukt. Totdat je alle flippos’s gespaard had en de map vol had. Weg uitdaging.. Weg rage..

Een rage heb ik nooit aan meegedaan. Ik vond dat altijd zo’n raar gedoe. Zo’n klein ding in de vorm van een eitje waar een beestje in zat. Ja geen echt beestje. Zo’n elektronisch beestje. De Tamagotschi.! Dat beest moest je in leven houden door hem te voeren met fictieve ijsjes en drank. Maar ook weer niet teveel want dan ging die dood. Tjonge jonge Ik had al moeite om mijn eigen echte cavia in leven te houden. Mooie was aan die tamagotchi, dat als hij dood ging kon je met een satéprikker aan de achterkant de reset knop indrukken en dan leefde hij weer. Toen mijn cavia datzelfde jaar overleed pakte ik zo’n satéprikker en… afijn.. Het was de beste saté die ik ooit gehad heb.