De onfortuinlijke nestkast van Hofvogels


In februari was er met het team van de kastenbouwers een datum afgesproken om de uilenkasten te vervangen die te slecht waren om nog een nieuw broedseizoen mee te kunnen. Er was afgesproken op een plek waar het afgelopen seizoen in 2025 ook weer 4 jonge steenuilen waren geboren en uitgevlogen. Een succesvol adres.

Nadat we geparkeerd hadden en onze spullen wilde pakken, kwam de eigenaar naar buiten om te vragen wat we kwamen doen. “De oude steenuilenkast vervangen door een nieuwe.” zeiden we, “..want er zit aan de voorkant van de oude kast een gat aan de voorkant, daar kan zo een eekhoorn of marter naar binnen.” Dat had de eigenaar al begrepen en omdat meneer ervaren knutselaar is, vermelde hij dat de kast inmiddels al was gerepareerd. We gingen kijken en het zag er goed uit. Mijn grootste zorg was de uil, die daar al jaren is. Zou ze de kast lange tijd gemist hebben en zou ze zijn vertrokken?

Op 16 mei was er de eerste inspectie voor eieren of jongen, en ja hoor, het vrouwtje steenuil zat gelukkig in de kast en wel op 4 hele jonge jongen. Te jong om nu al te ringen. Als ringer was ik bijzonder gelukkig het uiltje weer te zien, want inmiddels is ze bijna 9 jaar en de oudste steenuil die ik ken.

Op 30 mei er weer naartoe. Bij aankomst stond ik bijna stijf van de schrik. De uilenkast lag op de grond. De harde wind van gisteravond had één van de twee steunlatjes van de kast doen afbreken en de kast was naar beneden gevallen. Gelukkig in de normale positie en niet op z’n kop. Bij het openen van het deksel van de kast keken 10 uilenoogjes naar boven, “Hé wat doe jij hier?” zo keken ze. Het waren 5 jongen en alle 5 in goede gezondheid. Mijn dag kon niet meer stuk van geluk. De kleintjes geringd, de kast weer goed teruggeplaatst en met een opgelucht hart weer verder naar een volgend adres.

Tekst: Kees Peter Visser (www.hofvogels.nl)