Hulde aan de Hof van Twente!

De temperaturen lopen deze week weer op tot boven de 30 graden. En dan moet ik ineens terugdenken aan een paar jaar geleden. Aan een zomer waarin heel Nederland het maar over één ding leek te hebben: de eikenprocessierups.
De media stonden er vol mee. Waarschuwingsborden langs fietspaden, afgeplakte speelplaatsen en mensen die met rode uitslag en jeuk bij de huisarts zaten. Dat harige monstertje beheerste complete zomers.
Want onschuldig zag hij eruit misschien, maar die rups was allesbehalve vriendelijk. In zijn levenscyclus verandert hij van larve naar vlinder en in één van die fases krijgt hij een vacht vol microscopisch kleine brandharen. Honderdduizenden tegelijk. Die haren zweven met de wind mee, soms tientallen meters ver, en zorgen voor irritaties aan huid, ogen en luchtwegen bij mens én dier.
Maar eerlijk is eerlijk: in de Hof van Twente hebben ze dat probleem knap aangepakt.
Met man en macht werd de strijd aangegaan tegen de langharige indringers. Vaak zelfs midden in de nacht. En met resultaat. In 2020 meldden nog ruim vierhonderd inwoners klachten door de eikenprocessierups. In 2024 waren dat er nog maar zeventien. Een daling van meer dan 95 procent. Dat mag best eens benoemd worden.
De gemeente behandelde de bomen vroegtijdig, nog voordat de rupsen zich massaal konden verspreiden. Vooral eiken binnen de bebouwde kom en langs drukke fiets- en wandelroutes kregen een behandeling met nematoden, kleine aaltjes die de rupsen bestrijden.
Halverwege april begonnen de spuitrondes alweer. Omdat die aaltjes slecht tegen zonlicht kunnen en juist in het donker hun werk doen, gebeurde dat vooral in de avonduren en ’s nachts.
En het mooie? Je merkt het gewoon. Waar je vroeger bijna bang was om onder een eik door te fietsen, hoor je er nu nauwelijks nog iemand over.
Ik heb ze in ieder geval al tijden niet meer gezien. Jij wel?
