Onherroepelijke vergunning tóch ingetrokken: FVD wil duidelijkheid voor Overijsselse boeren

De kwestie rond het intrekken van natuurvergunningen in Noord-Brabant krijgt nu ook een vervolg in Overijssel. FVD Overijssel in de naam van Remco Roelofs heeft schriftelijke vragen gesteld aan het provinciebestuur over de mogelijke gevolgen voor ondernemers in onze provincie.

Remco Roelofs is op dit moment fractievoorzitter van FVD Overijssel in de Provinciale Staten. Hij is afkomstig uit Markelo en is naast zijn politieke werk ondernemer

Aanleiding is de situatie bij vijf pluimveehouderijen in Noord-Brabant, waar de provincie voornemens is eerder verleende, onherroepelijke natuurvergunningen in te trekken. Dit gebeurde nadat de rechter een handhavingsverzoek van Mobilisation for the Environment (MOB) had toegewezen.

Voor FVD Overijssel roept deze ontwikkeling vooral vragen op over de rechtszekerheid van ondernemers. Want hoe definitief is een onherroepelijke vergunning nog wanneer deze jaren later alsnog kan worden ingetrokken? En kan een vergelijkbare situatie zich ook voordoen bij agrarische bedrijven en andere ondernemers in Overijssel?

Statenlid Remco Roelofs wil daarom onder meer weten of er in Overijssel procedures of handhavingsverzoeken van MOB lopen, welke bedrijven hierdoor mogelijk geraakt kunnen worden en hoe het provinciebestuur aankijkt tegen de rechtszekerheid van vergunninghouders.

Ook voor agrarische ondernemers in Hengevelde en omgeving is de kwestie relevant. Hoewel er op dit moment geen aanwijzing is dat bestaande vergunningen van Hengeveldse bedrijven worden ingetrokken, kan de uitkomst van de Brabantse kwestie gevolgen krijgen voor de juridische zekerheid van natuurvergunningen in heel Nederland. Vooral voor boeren die willen uitbreiden, hun bedrijf aanpassen of gebruikmaken van vergunde stikstofruimte kan de ontwikkeling van groot belang zijn.

Hieronder de schriftelijke vragen die FVD Overijssel heeft ingediend:

Aan: de voorzitter van Provinciale Staten van Overijssel

Inleidend:
De provincie Noord-Brabant is deze zomer overgegaan tot het (voorgenomen) intrekken van de natuurvergunningen van vijf pluimveehouderijen, nadat de rechter een handhavingsverzoek van de stichting Mobilisation for the Environment (MOB) van de heer J. Vollenbroek had toegewezen. Voor het eerst in Nederland dreigt hiermee een provincie de onherroepelijke vergunning van een legaal, volgens de regels functionerend bedrijf in te trekken. Ondernemersorganisaties spreken van een aantasting van de rechtszekerheid en van het vertrouwen dat burgers en bedrijven moeten kunnen hebben in een eenmaal verleende, onherroepelijke vergunning.

FVD Overijssel maakt zich grote zorgen over de precedentwerking van deze gang van zaken. Als een provinciebestuur op verzoek van één actiegroep legaal verkregen vergunningen ongedaan kan maken, ondermijnt dat de betrouwbaarheid van de overheid als vergunningverlener en raakt het in de kern het eigendomsrecht van ondernemers die jarenlang, vaak op uitdrukkelijk verzoek van diezelfde overheid, hebben geïnvesteerd in emissiereductie en verduurzaming. FVD Overijssel wil weten of, en in hoeverre, deze ontwikkeling zich ook in onze provincie kan voordoen en welke rol MOB hierin binnen Overijssel speelt of kan gaan spelen.

Ondergetekende verzoekt om de volgende artikel 56-vragen schriftelijk te beantwoorden door:
☐ het college van Gedeputeerde Staten

Vragen:

  1. Heeft de provincie Overijssel, bestuurlijk of ambtelijk, contact met Mobilisation for the Environment (MOB) en/of de heer J. Vollenbroek? Zo ja, kan het college aangeven in welke dossiers, gremia en op welke frequentie dit contact plaatsvindt?
  2. Ontvangt de provincie Overijssel facturen van MOB, of van derden namens MOB, voor advies, procesbegeleiding of anderszins? Zo ja, om welke bedragen en om welke dossiers gaat het?
  3. Is het college bereid om, naar het voorbeeld van de provincie Noord-Brabant, over te gaan tot het intrekken van onherroepelijke vergunningen van Overijsselse ondernemers naar aanleiding van een handhavingsverzoek van MOB? Onder welke concrete voorwaarden zou het college hiertoe wel, en onder welke voorwaarden nadrukkelijk niet, besluiten?
  4. Hoe beoordeelt het college de rechtszekerheid van ondernemers die beschikken over een onherroepelijke natuurvergunning, in het licht van het eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM?
  5. In hoeverre is het college van mening dat een onherroepelijke vergunning kwalificeert als eigendom, en welke betekenis kent het college toe aan het beginsel van ‘rustig bezit’ (peaceful enjoyment of possessions) voor houders van dergelijke vergunningen?
  6. FVD Overijssel ziet in de intrekkingsbevoegdheden van de Omgevingswet, waaronder artikel 5.40, een risico voor de rechtszekerheid van houders van onherroepelijke vergunningen. Begrijpt het college deze zorg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het college bereid dit signaal actief onder de aandacht van het Rijk te brengen, bijvoorbeeld via het IPO of rechtstreeks bij de verantwoordelijke bewindspersoon?
  7. Welke waarde kent het college nog toe aan een onherroepelijke vergunning, indien deze op grond van de intrekkingsbevoegdheden in de Omgevingswet feitelijk alsnog kan worden herzien of ingetrokken zonder dat de vergunninghouder zelf iets fout heeft gedaan? Is het college van mening dat dit de betrouwbaarheid van de overheid als vergunningverlener aantast?
  8. Lopen er op dit moment in de provincie Overijssel concrete juridische procedures, handhavingsverzoeken of onderzoeken, aangespannen door MOB en/of vergelijkbare organisaties, die gericht zijn op het geheel of gedeeltelijk intrekken van onherroepelijke natuurvergunningen van Overijsselse bedrijven? Zo ja, om hoeveel zaken en om welke sectoren gaat het?
  9. Heeft het college in kaart gebracht welke Overijsselse ondernemers, en met name agrarische bedrijven, mogelijk geraakt worden door een aanpak zoals die nu in Noord-Brabant wordt gevolgd, en wat de economische en sociale gevolgen daarvan zouden zijn voor de betrokken gezinsbedrijven en hun omgeving? Zo ja, kan het college dit met ons delen? Zo nee, is het college bereid dit in kaart te brengen?
  10. Is het college bereid om, vooruitlopend op eventuele verzoeken van MOB of andere actiegroepen, publiekelijk en proactief stelling te nemen vóór de rechtszekerheid van Overijsselse ondernemers met een onherroepelijke vergunning, zodat zij niet worden overvallen zoals in Brabant is gebeurd?

Remco Roelofs (FVD Overijssel)