Groengeel bloed

Als Arnold Hofmeijer op maandagmorgen de krant opslaat, zoekt hij allereerst de verslagjes van de derde klasse. Dan wil de 89-jarige voetballiefhebber weten hoe de jongens van WVV het gemaakt hebben. Deze maandag is hij blij. Neede werd met 5-1 ingemaakt. Hofmeijer heeft het verslagje wel drie keer gelezen. ‘Jammer dat ik er zover af woon’, zegt hij. ‘Als ik in Hengevelde zou wonen, zou ik er altijd zijn.’
Ik reed maandagmorgen over de rondweg langs Haaksbergen, passeerde het Saalmerink en besloot Arnold Hofmeijer een bezoekje te brengen. Ik sprak hem in 2008 en ’09 enkele keren in de aanloop naar het 75-jarig jubileum van WVV, omdat ik wat verhaaltjes schreef voor de website van de club. Dat waren prettige gesprekjes. Graag deed ik toen een beroep op zijn ijzersterke geheugen. Hij woonde toen in de Bouwmeester, maar is een tijdje geleden verhuisd naar het woonzorgcentrum Saalmerink.
Een vriendelijke mevrouw wijst me de weg naar de derde verdieping en daar tref ik hem in zijn kamer. De begroeting is aangenaam. Hij doet me meteen verslag van zijn lichamelijke en geestelijke gesteldheid.
‘Die is goed, heel goed. Ik moet tevreden zijn’, zegt hij. ‘Alleen met dit koude weer ga ik niet naar buiten. Ik heb een paar keer een longontsteking gehad. Daar moet ik voor oppassen. Verder heb ik last van een paar slijmbeursontstekingen in de heup en de schouder. Daarom slik ik diclofenac. Ik was eerst bang dat het slijtage zou zijn, want dan kun je snel achteruit gaan, maar gelukkig was het dat niet.’
‘Je zit hier mooi’, wijs ik hem op het fraaie uitzicht met een soort tuin inclusief vijver en in de verte de rondweg.
‘Ik ben dik tevreden en kan mezelf nog goed redden. Soms word ik wat vergeetachtig. Dan wil ik in mijn keukentje een lepeltje pakken en als ik daar dan ben, weet ik niet meer wat ik daar wilde pakken.’
Ik moet lachen en meld hem ter geruststelling dat ik dat ook af en toe wel eens heb. Dan kun je niet op een bepaald woord komen of op de naam van iemand die je zeker moet kennen. Op je twintigste begint de geestelijke aftakeling al, zegt een oud geneeskundig adagium.
We praten over WVV, want het bloed van Arnold Hofmeijer is groengeel gekleurd. Ik noem hem wat namen van spelers. De Assinks, Pieriks, Workels, Ten Breteler, Brummelhuis, Tuinte, Kiezenbrink. Hij kent de namen en de grootouders. Het gesprek komt op zijn eigen tijd als voetballer. Bij de oprichting van WVV was hij een jaar of tien, elf. Meester Roorda, de voorzitter, maakte hem op papier een jaar ouder, zodat hij mee mocht doen met de junioren. Na een paar jaar zat hij al in het eerste elftal. Het talent droop eraf. Techniek, inzicht, loopvermogen. ‘Ik was niet de snelste. Dat heb ik altijd heel jammer gevonden, want snelheid is belangrijk’, zegt de 89-jarige kenner. Jarenlang droeg hij het het shirt van WVV. Eerst als midvoor, daarna als center half en daarna achterin. Altijd voetbalde hij op de as van het veld. Hij vertelt over de eervolle uitverkiezing in het Twentse elftal. Vijf keer. Ook toen hij later in Hengelo ging wonen, bleef hij de Wegdamse Voetbal Vereniging trouw. Bij uitwedstrijden stopte de WVV-bus bij café Spoolder in Bentelo. ‘Daar pikten ze me op. Ik was dan altijd met mijn vrouw bij haar familie. En als we thuis speelden, ging ik met de motor naar Hengevelde. Met een Puch met dubbele zuigers.’
Namen vallen van vroegere top-WVV’ers. Groothuis, de keeper. ‘Niet bijzonder, maar altijd goed.’ Boontn Geit, Frans Assink, Jan Eijsink Bekkedam, de Schreijers en zijn eigen broer Herman. ‘Die was fel, een beetje ruw. Soms ging de keeper met bal en al de goal in. Eigenlijk was Herman een moderne midvoor. Ik denk dat hij nu ook goed had kunnen meekomen’, vergelijkt Arnold de bekwaamheden van zijn oudste broer met de spitsen van tegenwoordig.
In dat verband herinnert hij zich ook Harrie de Witte. ‘Die kon heel snel een goede goal maken.’
Hij denkt aan mijn oom Frans Eijsink, aan Arnold Wegdam, Spijkerman, Lette, Johan de Witte. Dan gaat hij rechtop zitten. ‘Ik herinner mij nog een familielid van jou. Hij woont ergens in Arnhem. Theo ja. Dat was echt een voetballer.’
Hij noemt zijn neef Jan ten Thije uit Markvelde. ‘Technisch wat minder, maar wel een harde werker. Hij was altijd overal.’
Wat doe je als je 89 jaar bent en nog behoorlijk kras. Dan kijk je vaak televisie. ‘Ik mag graag kijken naar uitzendingen over de politie. Als ze mensen achtervolgen die te hard gereden hebben of zo. Dan moet je ze horen babbelen om onder de bekeuring uit te komen. Leuk is dat. En er gaat me geen voetbalwedstrijd mis. Die 1-0 van gisteren was een beetje magertjes’, zegt hij, doelend op de 1-0 winst van FC Twente op Heerenveen. ‘Jammer dat ze geen schutter meer hebben. Die jongen voorin (hij bedoelt Castaignos) heeft veel geld gekost. Hij kan wel voetballen, dat zie ik, maar het is geen schutter. Verder voetbalt Twente goed. Het is ook jammer dat ze nu niet op hun sterkste zijn, net als de grote wedstrijden eraan komen. Maar ze hebben wel die Tadic en Chadli, dat zijn echte voetballers.’ Vertel Arnold wat over voetbal. Hij analyseert ook nog even de concurrenten van FC Twente. Langzaam pratend, alsof hij doceert, zegt hij: ‘Ajax is niet zo geweldig. Het is een stelletje mooie, jonge jongens, maar het duurt nog een paar jaar voor ze aan de top zijn. PSV is wisselvallig. Van AZ en Vitesse kan iedere ploeg verliezen. Heracles vind ik ook goed. Maar die kunnen nog beter.’
Dan gaat het gesprek weer over WVV. Om het aangename bezoekje rond te maken. ‘Mooi zo’n 5-1 overwinning. Ze doen het goed in de derde klasse. Ik was bang dat ze een paar jaar geleden na het kampioenschap meteen weer terug zouden vallen. Ik dacht dat ze beter in de vierde klasse zouden kunnen meedraaien. Maar dat was te voorbarig. In de derde klasse lijken ze ook goed mee te kunnen. Laten ze zorgen dat het zo blijft.’
Ik geef het langs deze weg met liefde door aan de jongens van WVV’s eerste elftal. Namens de vitale bijna-negentiger in het Haaksbergse Saalmerink.
De foto: staand vlnr Jan Eijsink, Jan ten Thije, Herman Hofmeijer, Hendrik Schreijer, Louis Lette, Tony Smit. Onder: Bernard Rupert, Harrie de Witte, Gerrit ten Buuren, Arnold Hofmeijer zelf, Gerrit Rupert en Arnold Wegdam.