Goorsestraat – aflevering 3 – Familie Nollen


De naam Nollen gonsde de afgelopen weken door dorp en regio. Het nieuwe bakkersbedrijf op ’t Wegdam werd officieel geopend. Bijna 6000 mensen kwamen kijken. De plaatselijke en regionale media beschreven het kolossale, nieuwe pand met de ultramoderne apparatuur en de familie glom van oor tot oor bij dit prachtige moment in hun leven. Ik keek er zelf ook even rond en voelde overal de bewondering en waardering voor de Nollens. Ik drukte Vincent de hand en feliciteerde hem met de fenomenale prestatie van hem en zijn team. Hij glimlachte minzaam, zelfbewust en toch ook bescheiden. Een zaal verder zaten Theo (83) en Minie (79) tussen belangstellende dorpsgenoten te stralen van trots en geluk. Over de familie Nollen gaat aflevering 3 van de serie over de Goorsestraat.

Deze keer de derde aflevering: de familie Nollen 

"Minie, durf je het aan?"

Elke donderdag kwam Theo Nollen bij ons thuis in Markvelde langs met een bestelwagen vol brood, beschuit en kruidenierswaren. Ik weet het nog goed. Op dinsdag kwam Spekreijse en op maandag en zaterdag de Bolscher uit Diepenheim. Theo maakte donderdags een grote ronde, want vaak was het al wel zes of zeven uur als hij eindelijk bij ons het erf opdraaide. ’s Winters was het dan al donker. En als mijn moeder even niet ter plekke was, legde Theo er nog een rol beschuiten extra bij en een tweede pakje roggenbrood. Slimme handelsman, die Theo. Beetje ondeugend. Hij is nu 83 jaar en nog altijd bezorgt hij het dagelijkse brood in de omgeving van Hengevelde en nog steeds breidt hij de bestelling met plezier een beetje uit als je even niet in de buurt bent. Dat hoorde ik vorige week nog. Een vos verliest immers wel zijn haren, maar niet zijn streken….

Virus
Hij is 83 jaar en viert dit jaar – ook dat is eigenlijk een grandioze receptie waard – zijn 70-jarig jubileum als bakker. Hij vertelde dat hij als dertienjarige al in de bakkerij van zijn ouders moest werken, terwijl hij tussendoor naar de Mulo ging in Haaksbergen.  Daar zat hij in dezelfde klas als Marinus Kuipers. Zouden ze elkaar besmet hebben met het ondernemers-virus?  Je zou het haast denken als je ziet wat deze twee zakenmensen teweeg hebben gebracht in ons dorp. Theo lacht bij het ophalen van de herinnering. ‘Marinus liep op school altijd op klompen. Als hij het met voetballen niet kon winnen, schopte hij je zo voor de schenen.’ Ik geloofde het meteen.
In de week na de feestelijke opening van het nieuwe bedrijfsgebouw, zitten we samen te praten over vroeger en nu. Theo, Minie en ik. Dat moest om 10 uur ’s morgens al, want om 11 uur moet Theo bestellingen rondbrengen. Ja, ja, ook al is hij 83. Doorgaan, altijd maar doorgaan. Dat is zijn parool. ‘Op zaterdag breng ik nog wel een paar honderd broden weg’, zegt hij. Minie is alleen op maandagmiddag en vrijdagavond nog in de winkel. Maar achter de schermen doet ze nog andere werkzaamheden. Hobby's hebben ze ook, maar niet uitgebreid. Minie houdt van kaarten en gezellig kletsen tussen het kaarten door. Theo is al 56 jaar lid van het kerkkoor. Hij is thans het oudste lid.


De jongeman met de “venterskoare” bij de oude bakkerij aan de Goorsestraat is Theo’s oudste broer Hubert toen hij 14 jaar was.

Doorzetter
We nemen eerst een duik in de geschiedenis. Theo’s vader Dorus was geboren en getogen in Raalte. In 1918 kwam hij naar Hengevelde, nadat hij eerst nog knecht was geweest op het bedrijf van Distel in Bentelo. Dorus was nergens bang voor. Hij liet zich daar op een dag vastbinden aan een van de molenwieken en draaide een paar rondjes mee. In Hengevelde bouwde hij een nieuw huis aan de Goorsestraat en maakte van het oude huis een bakkerij. Dorus huurde het van Brummelhuis die het als erfstuk had gekregen van de familie Ten Heggeler (de Bolscher). In 1922 kocht Dorus de zaak. Theo typeert zijn vader als een harde werker en als een doorzetter. Hij wilde vooruit net als zijn vrouw Anna dat wilde. Theo herinnert zich zijn moeder als een positieve maar ook consequente vrouw. ‘Ja was ja en nee was nee.’ Anna kwam uit Haaksbergen. Keizers was haar familienaam.

Tiener
De zaak ging vooruit, maar het gezin waarin Theo als jongste zoon opgroeide, kreeg ook tegenslagen voor de kiezen. Hubert, de oudste broer, overleed op zijn achttiende aan tetanus. Theo was toen drie jaar. Een ander broertje, Tonnie genaamd, overleed kort na de geboorte. En vader zelf kreeg te kampen met de ziekte van Parkinson. Met de bevrijding in 1945, toen Theo als jonge tiener al in de bakkerij moest meewerken, leidde Antoon Kortenhorst uit Heeten de zaak. Dorus is op 69-jarige leeftijd in 1953 overleden, Anna tien jaar later. Hun gezin bestond verder nog uit zoon Herman die in 1948 tot priester werd gewijd en thans op 91-jarige leeftijd in het Gelderse Stokkum nog altijd met de tijd meegaat en zelfs nog diensten doet. ‘Hij loopt met de rollator het altaar op’, vertelt Theo, ‘maar hij doet het wel.’ In de huidige tijd waarin Nederland steeds sneller ontkerkt, is iedere priester die nog een steentje kan bijdragen, welkom. Theo heeft daarnaast drie zussen gehad. Jo was ongehuwd en was jarenlang pastoorsmeid bij haar broer Herman. Ze is in 2010 overleden. Bertha was getrouwd met de eveneens aan de Goorsestraat geboren Frits Brummelhuis. Samen dreven ze in Hengelo een slagerij. Bertha overleed in 2008. Theo’s jongste zus Truus was in de missie werkzaam, werd daarna verpleegster in Wintersijk en woont nu in Doetinchem in een verzorgingshuis. Ze is ernstig ziek. Theo en zijn vrouw Minie bezoeken haar elke week.


Het gezin waarin Theo Nollen opgroeide. Vlnr Truus, vader Dorus, Herman, Jo, Bertha, moeder Anna en Theo. Hubert staat er niet op. De foto is in de oorlog gemaakt. Hij was toen al overleden.

Minie
Theo nam de zaak over in 1955. ‘Ik heb er 80.000 gulden voor betaald. Dat was veel geld. Maar het ging goed. We moesten hard werken en als we dan af en toe een paar centen hadden, kochten we een nieuwe machine erbij.’ Met ‘we’ bedoelt hij zichzelf en Minie, zijn vrouw en zakenpartner door dik en dun, in voor- en tegenspoed. Hij leerde haar kennen op het Koninginnebal in 1956 bij Rupert in Delden, waar hij met een paar vrienden naar toe was gefietst. Minie Eeltink zag het zitten in de jonge bakker. Opgegroeid in een gezin met dertien kinderen op een grote boerderij in Deldenerbroek aan het  Twentekanaal was ze niet voor een kleintje vervaard.
Theo: ‘Ik  zei op zeker moment tegen haar: “Minie, durf je het aan? Je krijgt een zwaar leven.” Ik ken wel wat, antwoordde ze.’ Zo omschrijft Theo het korte gesprek over doorgaan of niet. Ze gingen samen verder, werkten hard en bereikten veel.
‘Het overviel me niet’, zegt Minie terwijl ze terugdenkt aan die tijd. ‘Ik groeide er vanzelf in.’
In 1958 trouwden ze en kregen zes kinderen, drie dochters en drie zonen. Mirjam, Francis, Stefan, Robert, Vincent en Constance. 
Intussen hebben Theo en Minie 15 kleinkinderen.

Vijftig jaar
Zoals gezegd, als je een beetje bakker bent, ben je druk, maak je soms wel 80 tot 100 uur per week. Jarenlang stond hij om vier uur op. Minie om half zes, met uitzondering van de drukke zaterdag, want dan stond zij ook eerder op. Theo en zijn assistenten bakten brood, roggebrood, beschuiten. De kinderen moesten die dan inpakken. ‘Dat hoorde erbij, ik had het zelf als kind ook gedaan’, zegt Theo. ’s Middags na het warme eten ventte hij zijn waren uit. Minie was in de winkel. Als Theo rond de klok van 19 uur thuis was, pakte Minie meestal de auto uit en zette alweer dingen klaar voor de volgende dag. Dat hebben ze vijftig jaar gedaan. Ik zeg VIJFTIG jaar en nog werken ze door.

Veel bakkers zijn ten huidigen dage van het toneel verdwenen.  In Hengevelde is er nog één, Nollen. Theo onthult ons het geheim van de duurzaamheid van het bedrijf. ‘We zorgden altijd voor kwaliteit. Het móet goed zijn. Nooit knooin met chemicaliën. En hard werken. ‘In een paar zinnen staat hier de succesformule voor iedere bakker en met een beetje fantasie voor elk bedrijf. Theo vertelt ook hoe hij vaak op slimme wijze de concurrentie te slim af was. ‘Wij hadden als eerste een broodmachine. Hij stond te koop in Den Burg op Texel. De vraagprijs was 650 gulden. We kampeerden een nachtje bij de vuurtoren en boden de volgende dag 400. Ik kreeg hem voor 425. Niemand had er toen een. We hadden ook de eerste rijskast. We kochten hem op een zondag in Krommenie.  Een koopje. De eerste roggebroodsnijmachine kocht ik destijds in Renkum voor 250 gulden.’

Vincent
Minie en Theo prijzen zich uiteraard gelukkig met hun voortvarende opvolger Vincent die na een fraai VWO-diploma naar Arnhem ging om belastinginspecteur te worden. ‘Ik rekende er niet op dat hij in de zaak zou gaan’, herinnert Theo zich. Oudste zoon Stefan had al bij een bakker gewerkt, maar zag er van af om Theo op te volgen. Op een morgen in november in 1984 gebeurde er iets onverwachts. ‘Vincent kwam in de tuin bij me', vertelt Minie. Hij zei dat hij graag in de zaak wilde. We hadden nog geen opvolger.’ Minie reageerde bedachtzaam: ‘Denk er goed over na, heb ik hem gezegd. Je kunt goed leren, je hebt een heel goed inzicht. Ik dacht dat hij een gemakkelijker leven zou kunnen krijgen. Maar toen zei Vincent: “Ik ben in Hengevelde geboren en wil er ooit ook sterven”. Ik antwoordde hem dat we er met pa over zouden gaan praten.’
Het ging dus door. Vincent kwam in de zaak. ‘Het was mooi zo. Overigens zeiden enkele andere kinderen daarna dat zij het anders ook wel gewild hadden. Later hebben ze er samen over gesproken. Ze kunnen gelukkig nog altijd goed met elkaar overweg.’

Regio
Vincent en zijn mensen werkten met hart en ziel aan de ontplooiing van de zaak. Tussendoor sloeg hij zijn vleugels uit. Ze begonnen met het leveren van brood, beschuit en roggebrood aan supermarkten in Gelselaar en Diepenheim. Daarna nam hij in Goor de zaak van Hennie Epping over. Meer overnames volgden in Enter, Hengelo, Lochem en Borculo. ‘Er staan er nog een paar op het programma in de regio, maar daar mogen we nog niks over zeggen’, glimlacht Theo geheimzinnig.
Brood en beschuiten worden gebakken in het nieuwe bedrijf op 't Wegdam, de productie van het banket blijft aan de Goorsestraat op de vertrouwde plek. Vincent zwaait de scepter, maar doet dagelijks ook zelf de bakkerskleren aan. Hij begint om half 6. In de zaterdagnacht rijdt hij een bus om te helpen met het bevoorraden van de winkels. Desondanks houdt hij overzicht over het totale bedrijf en de negentig mannen en vrouwen (inclusief parttimers) die het personeelsbestand vormen. Hij doet dat samen met zijn rechterhanden Patrick de Wit en Rob ter Brugge. Anno 2013 is Bakkerij Nollen een begrip in de hele regio.

Verder
De twintigste april van 2013 zal de familie niet meer vergeten. ‘Het was een trots moment’, zegt het bejaarde maar nog oersterke echtpaar. ‘We zijn dankbaar dat Vincent en zijn mensen deze stap hebben kunnen zetten.’ Theo hield als pater familias een kort toespraakje tijdens de feestelijke opening van het imposante bedrijfspand. Hij sloot af met de woorden: ‘Ik hoop dat jullie de zegen hebben.’ Minie heeft er alle vertrouwen in dat het goed zal gaan. ‘Vincent is doortastend. Dat zit in de familie.’
Theo: ‘Van ons zit er een klein fuskegeld in, de rest is van de bank. Ik was er best wel bezorgd over, het ging me eigenlijk boven de pet. Maar ik ben blij met het resultaat. Zo kunnen we weer verder.’

Beschrijving foto’s:
Op de grote familiefoto bovenaan van tien jaar geleden staan Theo en Minie tussen hun kinderen met hun partners en de vijftien kleinkinderen. Boven vlnr Geert, Mirjam, Francis, Sandra, Sue Ling, Stefan, Vincent, Robert, Ton, Constance en Edwin. Uiterst links staat Antoinet.

Mirjam (54) is sportlerares. Zij en Edwin hebben vier kinderen. Ze wonen in Hengevelde.
Francis (52) doet de administratie van de zaak en staat in de winkel. Haar man Geert werkt ook in de zaak. Ze wonen in Hengevelde en hebben vier kinderen.
Stefan (51) is vertegenwoordiger in bakkerijgrondstoffen. Hij en Sandra wonen in Beckum en hebben twee kinderen.
Robert (49) is leraar in Deventer. Zijn vrouw Sue Ling heeft een apotheek in Wijhe.
Vincent (48) en zijn vrouw Antoinet runnen de zaak. Ze hebben twee jongens Ties en Wout en wonen in Hengevelde.
Constance (42) is administratrice. Zij en haar man Ton wonen in Colmschate. Ze hebben drie kinderen.


Op deze kleurenfoto uit 2003 staan Theo en Minie en hun opvolgers Vincent en Antoinet. De foto is tien jaar geleden genomen na een verbouwing toen ze stopten met de verkoop van kruidenierswaren.